Voorbij
Naast me op de bank
zat een grijsaard te genieten
niet van geld, van roem of macht
zo vertelde hij me zacht
maar van het laatste restje leven
dat hem nog was gegeven.
Dat hij ziek was liet hem koud
het moment, dat was zijn goud
en de angst om dood te gaan
had hij eerder overwonnen
met een glimlach en een traan.
Nooit had hij rust gevonden
in zijn vroegere bestaan
er was een ramp voor nodig
om hem stil te laten staan.
En niets kon hem nog schelen
zijn geest was vogelvrij
ik zag het in zijn ogen
het was goed,
het was voorbij.
