Archief van oktober 2008

Mamita

vrijdag 31 oktober 2008

Na een woelige nacht word ik ’s ochtends wakker met een onbestemd gevoel in mijn buik en niet veel later zit ik met tegenzin op het toilet om de maaltijd van gisteravond uit mijn lijf te laten lopen. Ik baal ervan dat de diarree me uitgerekend vandaag parten speelt, want rond het middaguur zal ik verhuizen naar Herbi’s thuis en ik moet al mijn spullen nog inpakken. Met wat kleine slokjes jus d’orange probeer ik de boel beneden een beetje te sussen, maar echt helpen doet het niet en de eerste uren van de dag zit ik zo’n beetje gekluisterd aan de plee. In de middag voelt het al iets stabieler aan en ik waag het om de straat op te gaan in de richting van Oniel’s huis. Als ik halverwege ben slaat de kramp weer toe en ik haal diep adem om de steken te bezweren. Terugkeren heeft weinig zin, dus ik vervolg mijn weg en gelukkig tref ik Oniel thuis aan. We spreken af om in de namiddag mijn spullen over te brengen en ik ben blij dat ik nog een uurtje of twee kan rondhangen in de buurt van een vertrouwd toilet. Met een kleine mototaxi is de verhuizing in een minuut of vijf geregeld en terwijl ik de lege kamer vul met mijn spullen komt Herbi’s mamita me vragen of ik misschien al iets wil eten? Ik vertel haar dat ik de hele dag al nauwelijks gegeten heb vanwege een ‘probleem met mijn maag’ en dat het me beter lijkt om het avondeten over te slaan. Ze knikt begripvol maar dringt er vervolgens toch op aan om in elk geval wat later op de avond een beetje te eten. Ik zeg dat ik even wil kijken hoe ik me tegen die tijd voel en ze drukt me nog een keer op het hart dat haar eten altijd goed valt. Ik wil het graag geloven, maar ga uiteindelijk vroeg en zonder iets te eten naar bed. De volgende dag hoor ik van Herbi dat mamita zich behoorlijk ongerust heeft gemaakt over mijn welbevinden en even heb ik het gevoel weer thuis te zijn bij mijn eigen mamita.



Rat in mi kitchen

donderdag 30 oktober 2008

Deze ochtend word ik uit mijn bed getrommeld door een hele stoet jonge trommelaars in schooluniform. Ik herinner me dat Oniel gisteren iets over een nationale feestdag heeft gezegd, maar ik ben vergeten te vragen ter ere van welke persoon of historische gebeurtenis er vandaag zo luidruchtig gevierd wordt. Als ik wat later in de richting van het achterhuis loop om Gringo een worstje te brengen, realiseer ik me dat het de laatste keer is dat ik het beest zal voeren. Morgen verhuis ik namelijk naar het huis van Herbi, een van de voetbaljongens en tevens fervent karaokezanger. Gringo is even enthousiast als altijd en rukt deze keer zelfs het plastic bordje uit mijn handen om nog sneller het worstje te kunnen verorberen. Met lede ogen zie ik aan hoe hij het bordje vervolgens naast zijn drinkbak neerlegt, precies in het midden van zijn kleine territorium. Ik wil het risico niet lopen dat Gringo me alsnog als een indringer gaat behandelen en besluit dat hij het bordje als souvenir mag houden. Twee dagen geleden heb ik al even kennis gemaakt met de familie van Herbi, bestaande uit een vriendelijke mamma, twee verlegen zusjes en een stuk of drie uitbundige neefjes en nichtjes. De vader was afwezig, om een voor mij onbekende reden. Het kamertje dat ik morgen zal betrekken ligt aan de voorkant van het huis en heeft een eigen ingang. Wat verder naar achteren bevindt zich een wasgelegenheid en ook een toilet staat daar tot mijn beschikking. Ik ben erg benieuwd naar de kookkunsten van Herbi’s moeder, die tegen een vergoeding drie keer per dag een maaltijd voor me zal bereiden. Niet voor mij apart natuurlijk, want het is wel de bedoeling dat ik de Nicaraguaanse keuken wat beter leer kennen en dus gewoon zal eten wat de pot schaft. Hoewel ik me verheug op de verandering van omgeving, vind ik het ergens toch wel jammer om Casa Marquesa te moeten verlaten. Goed, het ongedierte en de slechte inrichting daargelaten, is het in elk geval een rustige plek waar ik me fijn kan onttrekken aan de hectiek van het stadje. Het is even afwachten of Herbi’s gezin ruimte biedt voor enige mate van afzondering, maar ik vermoed dat ik binnenkort nog eens zal terugverlangen naar het ongestoorde verblijf in Casa Marquesa. Ik zal de laatste nacht in dit vreemde huis dan ook koesteren, zelfs als de ratten het weer op hun smalle heupen krijgen en mijn bed als springplank naar de keuken gebruiken. Ze doen maar lekker.



Verademing

woensdag 29 oktober 2008

Vandaag ga ik samen met Oniel op pad om de vorderingen van een plattelandsschooltje in aanbouw te bekijken. Een welkome onderbreking van het wachten op de Xo’s, die ook deze week waarschijnlijk nog in Managua blijven staan vanwege een incomplete papierwinkel (?!). Als ik het huis van Oniel nader zie ik tot mijn verrassing dat er een motorfiets voor zijn deur staat geparkeerd en ik vraag hem waar hij het apparaat vandaan heeft gehaald. Het blijkt dat de gemeente Rama speciaal voor dit soort gelegenheden motoren ter beschikking stelt aan organisaties als de Stedenband. ¡Que bueno! Oniel weet het ding met een paar trappen aan de praat te krijgen en een beetje onwennig neem ik plaats achterop de ronkende motorfiets. Na een korte stop bij het tankstation rijden we door naar een oversteekplaats aan de rivier en met hulp van een paar bootjongens hijsen we het loodzware ding in een van de smalle schuitjes. De weg aan de overkant is al snel niet meer geasfalteerd en ik geniet als we met flinke vaart een hobbelige landweg bestormen om de benauwde stad voor het weelderige groen te verruilen. Het voelt als een verademing om het landschap op deze luchtige manier te doorkruisen en ik baal dan ook een beetje als Oniel na een half uurtje crossen de motorfiets aan de kant zet omdat we de bouwplaats hebben bereikt. Tot mijn verbazing tref ik bij het schooltje in wording mijn buren aan, een gezin bestaande uit vader, moeder, twee jongens en twee meiden, die gezamenlijk de uitvoering van het project op zich hebben genomen. Ik weet toevallig dat de leden van de familie getuigen van Jehova zijn en ik vraag aan Oniel of het werk dat ze hier verrichten vrijwilligerswerk is in het kader van hun overtuiging. Dat blijkt niet het geval te zijn, want de vader is parttime bouwvakker en heeft voor deze klus gewoon zijn gezin meegenomen om hem te helpen. Ik realiseer me dat een dergelijke situatie in Nederland eigenlijk ondenkbaar is, al is het alleen maar omdat de meeste Hollandse kinderen nog te beroerd zijn om het gras te maaien, laat staan een heel schooltje uit de grond te stampen. En hoewel mijn buurjongens misschien ook liever achter een playstation zouden zitten, heb ik toch de indruk dat ze er samen iets moois van proberen te maken en de hechtheid van het gezin lijkt door hun handen heen zichtbaar te worden in het bouwwerk. Misschien romantiseer ik de situatie nu te zeer, maar ik voel wel dat de sterke harmonie waarin deze mensen samen leven en werken meer waard is dan wat veel westerse families aan schijngeluk kunnen kopen.



The digital gap

dinsdag 28 oktober 2008

Voor een westerse jongen zoals ik is het de normaalste zaak van de wereld om te pas en te onpas je laptop tevoorschijn te halen en op het gemak wat rond te surfen of een muziekje te luisteren. Bijna niemand die daar thuis nog raar van opkijkt. In Rama daarentegen eist zo’n apparaat de nodige aandacht op, en dan vooral van jonge kinderen, die soms wel vijf minuten aan een stuk bij het raam van het kantoortje blijven staan om geobsedeerd naar mijn beeldscherm te staren. Ik ben ondertussen wel gewend aan deze nieuwsgierige Aagjes, die trouwens in aantal lijken te verdubbelen als toevallig ook nog de Xo op mijn bureau staat te glimmen. De volwassenen zijn wat terughoudender in hun belangstelling voor glossy apparatuur, maar de meeste willen vroeg of laat toch een antwoord op de vraag wat zo’n ding nu eigenlijk kost in Nederland. Hoewel het naar Hollandse maatstaven een goedkoop gevalletje is, moet de gemiddelde Ramanees hier ongeveer 100 uur arbeid verrichten om zich een hebbeding van 400 euro te kunnen veroorloven (zo heb ik me laten vertellen). En door de hoge importheffingen van de douanemaffia (daar zijn ze weer) kost zo’n laptop hier ook nog eens gauw een paar honderd dollar meer dan in Europa. Kortom, de nieuwste high-tech speeltjes zijn voor het gros van de Nicaraguanen in het geheel niet weggelegd. Ik vraag me dan ook weleens af wat de introductie van de Xo betekent voor de kinderen die er volgend jaar vrolijk mee worden uitgerust. Het gaat namelijk om een kleine, en dus bevoorrechte groep, waaruit onvermijdelijk volgt dat de meerderheid van de Ramanese schoolkinderen het ook in 2009 moet zien te stellen zonder elektronische leeromgeving in pocketformaat. Dat is natuurlijk geen reden om er dan maar helemaal vanaf te zien, al wordt zo op kleine schaal wel zichtbaar wat zich al een aantal decennia op een meer mondiaal niveau manifesteert als “The Digital Gap” of de kloof tussen de digitale haves en de dont-haves. Het valt te hopen dat de Xo op micro-niveau niet een nieuwe subvariant van deze technologische ongelijkheid veroorzaakt, maar juist bijdraagt aan een meer evenwichtige verspreiding en ontwikkeling van digitale know-how. Een groot voordeel is in elk geval dat het project zich richt op kinderen, aangezien zij doorgaans meer dan hun volwassen soortgenoten geneigd zijn om de door hen verworven kennis belangeloos met andere te delen.



The story continues

maandag 27 oktober 2008

Nu de Xo’s binnen handbereik zijn kan ik bijna niet wachten om ze af te halen in Managua. Toch is dat precies wat ik vandaag en in elk geval morgen ook nog zal moeten doen. Wat is er aan de hand? Het blijkt dat de procedure om vrijstelling van importheffing te verkrijgen bij de douane minstens een maand in beslag gaat nemen. Pardon?! Je zou toch haast het idee krijgen in een bananenrepubliek te verblijven. Oh maar wacht even, Nicaragua is een republiek en er groeien hier verdacht veel bananenplanten in het wild, dus ja, what was I thinking? Nu, voor het pilot-programma is een maand uitstel geen optie en voor mijn geestelijke gezondheid al helemaal niet, wat betekent dat er iets anders geregeld moet worden. De weg van de minste weerstand is het betalen van de importheffing en de kans is vrij groot dat het daar al met al op uitdraait. Toch is er nog een sprankje hoop dat er geïntervenieerd gaat worden door een hogere instantie, in dit geval het ministerie van onderwijs, om de Xo’s uit de gretige klauwen van de douane te bevrijden. Oniel zal morgen een laatste poging doen om (telefonisch) door te dringen tot de bovenste regionen van de logge onderwijsmachine die Mined (Ministerio de Educacion) heet en wie weet levert het alsnog een vrijbrief op. Zo niet, dan gaan we woensdag naar Managua om met tegenzin het smeergeld in te lossen en de Xo’s eigenhandig naar hun finale bestemming El Rama te leiden. Voor Oniel is deze Nicaraguaanse gang van zaken uiteraard gesneden koek, maar als buitenstaander vind ik het toch maar moeilijk te verteren dat een educatieve hulpzending (hoe klein dan ook) niet meteen een high priority sticker opgeplakt krijgt. Een land dat onder Sandinistische vlag zo hoog opgeeft van onderwijs zou toch eigenlijk beter moeten weten en handelen…



Heel

zondag 26 oktober 2008

Omdat het zondag is, maar nog veel meer omdat ik m’n allerliefste mis.

Heel

In de leemte van jouw afwezigheid
schilder ik met fijne streken
de contouren van ons samenzijn
En waar de lijnen elkaar raken
daar zie ik leegte openbreken
en komt het licht weer terug
om met kleuren heel te maken
wat in lieve liefde is gedeeld
zodat het halve zijn in jouw afwezigheid
mij eventjes geen parten speelt.

 



Playtime

zaterdag 25 oktober 2008

Zaterdag is voetbaldag voor Oniel en zijn vrienden en sinds kort ook voor die maffe Hollander met zijn oranje rugzakje en waterfles. Ik ben namelijk de enige hier die dorst lijkt te krijgen van lichamelijke inspanning en dus neem ik zo mijn voorzorgsmaatregelen. Het heeft net flink geregend en het veldje is veranderd in een drassig wetland. De jongens trekken allemaal hun schoenen uit en betreden blootsvoets het modderige strijdtoneel. Ik weet zeker dat ik me pijn ga doen als ik hun voorbeeld navolg en besluit mijn schoeisel aan te houden. Als een kwartiertje later een van de jongens zijn voet lelijk openhaalt aan een steen wordt mijn schrikbeeld bevestigd en moeten we het met een speler minder zien te stellen. Door het woelige spel is iedereen in een mum van tijd tot moddermonster verworden en even voel ik me weer een jongetje van negen dat zich maar om één ding druk hoeft te maken: Oh shit, hoe leg ik dit straks uit aan mijn moeder?

Op de terugweg naar huis spreek ik met de moddermannen af om later op de avond nog wat te gaan drinken. Ik weet niet goed wat ik van het uitgaansleven in Rama moet verwachten en in gedachten zie ik een zwetende massa onder invloed van harde reggeaton en veel bier op en neer deinen. Het blijkt anders uit te pakken, want als ik later die avond de voetbalmaatjes weer ontmoet is het niet de discotheek, maar de huiskamer van Oniel waar we naartoe gaan. Daar tref ik een semi-professionele muziekinstallatie aan en voor ik er erg in heb sta ik met een microfoon in mijn hand de meest sentimentele karaoke-songs te vertolken. En naarmate er meer biertjes worden aangesleept om de stem mee te smeren gaat het zingen me ook steeds beter af. Of de rest het hier mee eens is, is natuurlijk wel een beetje de vraag. Vooral ook omdat mijn gehoor na een tijdje de woonkamer voor de straat verruilt. Ja luister, je moet een ruwe diamant natuurlijk wel op waarde weten te schatten (-;



El solitario

vrijdag 24 oktober 2008

De dag begint goed met het heuglijke nieuws dat de 15 Xo’s Managua in ongeschonden staat hebben bereikt. Ik vraag Oniel om even na te gaan waar ze precies beland zijn en een paar telefoontjes verder blijken ze (zoals verwacht) bij de douane te liggen. We besluiten maandag naar Managua te gaan om te kijken of er met de jongens van de douane wat te regelen valt, want de importheffingen zijn niet mis in Nicaragua. Ik verheug me op het uitstapje, niet alleen omdat het een einde maakt aan een periode van afwachten, maar ook omdat het me de gelegenheid biedt wat meer van het land te zien en de hoofdstad. Ik verbaas me over het feit dat ik na drie weken Rama het gevoel heb alsof ik hier al maanden rondloop en zo’n beetje elke (kapotte) stoeptegel gezien heb. Ook het bezoek aan de verschillende eetgelegenheden begint routinematig aan te doen nu ze bijna geen geheimen meer op hun menukaart voor me hebben. Dat wil trouwens niet zeggen dat ik alles al geprobeerd heb, maar de meeste gerechten waarvan ik de naam niet direct kon verklaren heb ik me inmiddels wel eigen gemaakt, om het even plastisch uit te drukken. Niet altijd met evenveel smaak overigens, maar dat hoort er nu eenmaal bij als je avontuurlijk (lees onwetend) wilt uit eten in den vreemde. In restaurant Expresso daarentegen, hebben ze me zelden onaangenaam weten te verrassen en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik er deze avond ook weer zit. Ik heb de tent nog nooit echt vol gezien, wat vermoedelijk meer te maken heeft met het prijskaartje, dan met de kwaliteit van het eten. Ook vanavond zijn er maar drie tafels bezet en ik deel de grote ruimte met een gezin aan mijn linkerzijde en een man van middelbare leeftijd recht tegenover me. Terwijl ik geniet van mijn garnalenspies bekijk ik de man aan de overkant en bedenk me dat het toch wel een sneu gezicht is om hem zo in zijn eentje te zien buffelen. Een moment later realiseer ik me dat hij wellicht dezelfde gedachte heeft als die in mijn richting kijkt en via een raar soort spiegeleffect voel ik me opeens erg op mezelf teruggeworpen. Het is een vreemde gewaarwording om te merken dat gedeelde eenzaamheid de smart nu eens niet halveert, maar juist mobiliseert om me als een boomerang om de hals te vliegen. Ik eet snel mijn bord leeg, reken af met de ober (altijd even vriendelijk) en verlaat de Expresso met een wat onbestemd gevoel. Als ik door de donkere straten naar huis loop word ik nageroepen door een stel giechelende pubermeisjes en terwijl ik stug mijn weg vervolg vang ik nog de woorden “hey solitario” en “¿hablas inglish?” op. Ik kan het ze moeilijk kwalijk nemen, per slot van rekening ben ik hier ook alleen en dus een solitario, maar waarom dat uitgerekend deze avond nog even nadrukkelijk bevestigd moet worden?



Water, vanzelfsprekend…

donderdag 23 oktober 2008

Water, vanzelfsprekend… luidt de leus van de Limburgse waterleidingmaatschappij, waar ik het afgelopen jaar als invalkracht werkzaam was. Helemaal waar natuurlijk, die slogan, als het over ons eigen waterlandje gaat, waar het ondenkbaar is dat er op een dag geen druppel meer uit de kraan komt om je mee te wassen, het toilet mee door te spoelen of gewoon lekker te drinken. We zouden ons geen raad weten en een nationale paniekgolf zou dan ook niet lang uitblijven vrees ik. In Nicaragua, dat een regenseizoen kent van negen maanden aan een stuk, zou je verwachten dat aan vers drinkwater in elk geval geen gebrek is. Maar niets is minder waar, want hoewel er in sommige huizen wel een aansluiting aanwezig is, kan het water niet op elk moment zomaar worden afgetapt noch als veilig drinkwater worden genuttigd. Door de ondercapaciteit van de zuiveringsinstallaties en de slechte infra/aqua-structuur komt er in Rama bijvoorbeeld alleen ’s ochtends tussen vijf en zes wat water uit de kraan, en dan nog niet eens elke dag. De hoeveelheid is eigenlijk ook niet de moeite waard, want na een litertje of tien is het meestal wel gedaan met de pret. Dat lijkt misschien nog best wel wat, maar is nauwelijks genoeg voor de dagelijkse schrobbeurt van lijf en leden. Dat is overigens ook waar het voor bedoeld is, want drinken doe je (zeker als buitenlander) liever uit de fles, tenzij je natuurlijk prijs stelt op een frequent en intensief toiletbezoek. Voor het doorspoelen van het toilet gebruik je dan weer gewoon regenwater uit de ton, dat vanzelfsprekend wel in grote hoeveelheden voorradig is. Een halve emmer is meestal voldoende om de ergste rotzooi weg te flushen. Ook voor de afwas en andere poetsactiviteiten is hemelwater de meest voordelige (en eigenlijk enige) keuze. Het spreekt misschien voor zich, maar warm water uit de kraan is een luxe waaraan men zich in Nicaragua alleen in de grote steden kan laven, zij het op heel beperkte schaal. Dit alles maakt wel dat je als verwende waterconsument even met je neus op de feiten wordt gedrukt en ik vermoed dat ik de leus aan het begin van dit stukje na terugkomst nooit meer op dezelfde, vanzelfsprekende manier zal kunnen lezen als voorheen.



To rule or not to rule

woensdag 22 oktober 2008

Van alle motorvoertuigen die de straten van Rama doorkruisen is er één type auto waarmee je als Ramanees aan je mederamanezen duidelijk maakt dat er niet met je te spotten valt. Deze plaatselijke king of the road kan in vele uitvoeringen worden waargenomen, maar deze zijn uiteindelijk allemaal terug te voeren op het Amerikaanse model pick-up truck. Behalve dat het een onmiskenbaar statussymbool is, is het natuurlijk ook vooral een hele praktische wagen. Je hoeft namelijk niet elke keer als het gezin wat groter dreigt te worden meteen naar de autodealer te rennen om je Renault Megane in te ruilen voor een Espace bijvoorbeeld. Er is plek zat in die achterbak en eentje meer of minder maakt helemaal niets uit. Bovendien, als het je echt wat te veel wordt neem je de bochten gewoon wat krapper om zo al rijdende wat overtollig gewicht kwijt te raken. Wel even vantevoren kijken wie waar gaat zitten en degenen die het goed doen op school maar beter niet als laatste inladen. Als je nog single bent of gewoon de maagdelijk witte pick-up van de Alcalde wilt overtreffen - wat trouwens erg moeilijk is - dan is het een goed idee om een beetje extra verlichting aan te brengen rond het nummerbord en in de grill van de auto. Daarmee laat je namelijk duidelijk zien dat je een kermisattractie op vier wielen bezit en graag een ritje wilt maken met om het even welke persoon, zolang zé maar gewillig is en niet teveel op je schoonmoeder lijkt. Het moge duidelijk zijn, de pick-up rules in Rama en voor al diegenen die het zonder deze superbolide moeten stellen is er gelukkig altijd nog de aanzienlijke kans om plotseling een stukje mee te rijden op de oververhitte motorkap van de Alcalde of een van zijn snelle vriendjes. Hiiiiiiiiihaaaa.