Playtime
Zaterdag is voetbaldag voor Oniel en zijn vrienden en sinds kort ook voor die maffe Hollander met zijn oranje rugzakje en waterfles. Ik ben namelijk de enige hier die dorst lijkt te krijgen van lichamelijke inspanning en dus neem ik zo mijn voorzorgsmaatregelen. Het heeft net flink geregend en het veldje is veranderd in een drassig wetland. De jongens trekken allemaal hun schoenen uit en betreden blootsvoets het modderige strijdtoneel. Ik weet zeker dat ik me pijn ga doen als ik hun voorbeeld navolg en besluit mijn schoeisel aan te houden. Als een kwartiertje later een van de jongens zijn voet lelijk openhaalt aan een steen wordt mijn schrikbeeld bevestigd en moeten we het met een speler minder zien te stellen. Door het woelige spel is iedereen in een mum van tijd tot moddermonster verworden en even voel ik me weer een jongetje van negen dat zich maar om één ding druk hoeft te maken: Oh shit, hoe leg ik dit straks uit aan mijn moeder?
Op de terugweg naar huis spreek ik met de moddermannen af om later op de avond nog wat te gaan drinken. Ik weet niet goed wat ik van het uitgaansleven in Rama moet verwachten en in gedachten zie ik een zwetende massa onder invloed van harde reggeaton en veel bier op en neer deinen. Het blijkt anders uit te pakken, want als ik later die avond de voetbalmaatjes weer ontmoet is het niet de discotheek, maar de huiskamer van Oniel waar we naartoe gaan. Daar tref ik een semi-professionele muziekinstallatie aan en voor ik er erg in heb sta ik met een microfoon in mijn hand de meest sentimentele karaoke-songs te vertolken. En naarmate er meer biertjes worden aangesleept om de stem mee te smeren gaat het zingen me ook steeds beter af. Of de rest het hier mee eens is, is natuurlijk wel een beetje de vraag. Vooral ook omdat mijn gehoor na een tijdje de woonkamer voor de straat verruilt. Ja luister, je moet een ruwe diamant natuurlijk wel op waarde weten te schatten (-;

