Verademing
Vandaag ga ik samen met Oniel op pad om de vorderingen van een plattelandsschooltje in aanbouw te bekijken. Een welkome onderbreking van het wachten op de Xo’s, die ook deze week waarschijnlijk nog in Managua blijven staan vanwege een incomplete papierwinkel (?!). Als ik het huis van Oniel nader zie ik tot mijn verrassing dat er een motorfiets voor zijn deur staat geparkeerd en ik vraag hem waar hij het apparaat vandaan heeft gehaald. Het blijkt dat de gemeente Rama speciaal voor dit soort gelegenheden motoren ter beschikking stelt aan organisaties als de Stedenband. ¡Que bueno! Oniel weet het ding met een paar trappen aan de praat te krijgen en een beetje onwennig neem ik plaats achterop de ronkende motorfiets. Na een korte stop bij het tankstation rijden we door naar een oversteekplaats aan de rivier en met hulp van een paar bootjongens hijsen we het loodzware ding in een van de smalle schuitjes. De weg aan de overkant is al snel niet meer geasfalteerd en ik geniet als we met flinke vaart een hobbelige landweg bestormen om de benauwde stad voor het weelderige groen te verruilen. Het voelt als een verademing om het landschap op deze luchtige manier te doorkruisen en ik baal dan ook een beetje als Oniel na een half uurtje crossen de motorfiets aan de kant zet omdat we de bouwplaats hebben bereikt. Tot mijn verbazing tref ik bij het schooltje in wording mijn buren aan, een gezin bestaande uit vader, moeder, twee jongens en twee meiden, die gezamenlijk de uitvoering van het project op zich hebben genomen. Ik weet toevallig dat de leden van de familie getuigen van Jehova zijn en ik vraag aan Oniel of het werk dat ze hier verrichten vrijwilligerswerk is in het kader van hun overtuiging. Dat blijkt niet het geval te zijn, want de vader is parttime bouwvakker en heeft voor deze klus gewoon zijn gezin meegenomen om hem te helpen. Ik realiseer me dat een dergelijke situatie in Nederland eigenlijk ondenkbaar is, al is het alleen maar omdat de meeste Hollandse kinderen nog te beroerd zijn om het gras te maaien, laat staan een heel schooltje uit de grond te stampen. En hoewel mijn buurjongens misschien ook liever achter een playstation zouden zitten, heb ik toch de indruk dat ze er samen iets moois van proberen te maken en de hechtheid van het gezin lijkt door hun handen heen zichtbaar te worden in het bouwwerk. Misschien romantiseer ik de situatie nu te zeer, maar ik voel wel dat de sterke harmonie waarin deze mensen samen leven en werken meer waard is dan wat veel westerse families aan schijngeluk kunnen kopen.

