Archief van oktober 2008

Hemingway

dinsdag 21 oktober 2008

Goed nieuws! De Xo’s zijn onderweg, althans zo is vandaag officieel door OLPC (One Laptop per Child) bevestigd. Minder goed nieuws: ze hebben de verkeerde stekkers bij de zending gedaan, namelijk die van het Europese type, terwijl in Nicaragua het Amerikaanse model stekker wordt gebruikt. Okay, geen doodzonde, maar het typeert de organisatie wel een beetje, of misschien hebben we gewoon te maken met een klassiek schoolvoorbeeld van Murphy’s Law. Het zal mij benieuwen of ik over een dag of twee inderdaad naar Managua kan afreizen om mijn groene vriendjes af te halen, of dat er onverhoopt toch nog iets tussen gaat komen, een orkaan of zo.

Ik weet niet of het door het gedoe met de Xo’s komt, met het klimaat te maken heeft of met mijn aanhoudende verkoudheid, maar de laatste dagen is de rek er wel een beetje uit gegaan. Begrijp me niet verkeerd, ik hou me best wel staande en zorg ook nog altijd dat ik regelmatig eet en af en toe een scheerbeurt neem, maar het voelt allemaal wat minder sprankelend en uitdagend als in het begin van de reis. En ik weet wel dat dit soort periodes nou eenmaal horen bij een buitenlands verblijf voor langere tijd, maar ondanks dat besef kost het me behoorlijk wat energie om verder te kijken dan het huidige moment. Ik hoop dat met de komst van de Xo’s, ook mijn veerkracht weer wat terugkomt en ik de lol van deze hele onderneming kan hervinden. En ondertussen luister ik maar wat muziek en moet ik even slikken als het nummer Hemingway van Blof voorbij komt met het o zo melancholische (en tweetalige) refrein:

En de stem van de zee neemt me mee naar huis. Ik ben geen Hemingway.
El sonido del mar me devuelve a casa. No soy Hemingway.



Inschepen

maandag 20 oktober 2008

Als ik midden in de nacht wakker word heb ik het idee aangevallen te worden door iets groots en ik begin wild met mijn armen om me heen te slaan, totdat ik in de gaten heb dat het muskietennet over mijn gezicht ligt en dat het ding verder weinig kwaad in de zin heeft. Opgelucht trek ik het net weer recht en probeer nog wat te slapen. Ondertussen hoor ik dat de keuken wordt bezocht door een trippelend diertje, maar ik heb geen zin om de rattenvanger uit te gaan hangen, dus laat ik het beestje maar zijn gang gaan. Bovendien, zodra ik een voet buiten het bed zet schieten ze gewoonlijk meteen weg tussen de vele pannen en potten, om me vervolgens met hoge schrille kreetjes vrolijk uit te dagen. Ik heb wel wat beters te doen zou ik zo denken; nog een uurtje slapen bijvoorbeeld.

Wat later op de dag lees ik in een e-mail dat de verzending van de Xo’s alweer vertraging heeft opgelopen (wegens bureaucratisch geneuzel) en ik vraag me af hoeveel handtekeningen en stempels er precies benodigd zijn voor de mega-order van vijftien gifgroene mini-laptops. Een ander opzienbarend nieuwtje dat ik in dezelfde mail lees is dat er in september van dit jaar door Telmex (een Mexicaans telecombedrijf) niet minder dan 3000 Xo’s aan de regering van Nicaragua cadeau zijn gedaan. Waarschijnlijk als tegenprestatie voor het ‘verwerken’ van een stel afgedankte zendmasten vol zware metalen of zo. Maar wat doet het ertoe, as we speak liggen er ergens in een duister depot van het ministerie van educatie 3000 ondergestofte Xo’s te wachten op een jonge eigenaar en het enige wat er nu nog moet gebeuren is een paar handtekeningen en stempels zien te regelen. Ik denk dat ik me morgen laat inschepen op de traagste oceaantanker richting Europa, dan kom ik vast nog eerder aan dan die paar zielige laptops met eindbestemming El Rama.



Contrast

zondag 19 oktober 2008

Het is weer zondag. Dan maar een gedichtje:

Contrast

De dag laat zich hier gelden
en brengt meedogenloos
de laatste druppel aan het licht.

Maar de nacht is ongeduldig
en staat altijd weer vroeg klaar
om overtuigend in te vallen
door al het licht in één klap uit te slaan.

Wat is er met de schemering gebeurd
die nog geen halve schijn van kans maakt
om wat nuance aan te brengen
in dit wrede spel van licht en donker?

Misschien is de schemer wel gevlucht
voor de contrasten in dit land
en komt hij pas weer terug
als de dag wat zachter daagt
en de nacht wat licht verdraagt.

 



El paraíso

zaterdag 18 oktober 2008

Deze zaterdag ben ik door Oniel en zijn echtgenote Maylin uitgenodigd voor het middageten. Als ik het huisje nader komt de geur van gefrituurde vis me tegemoet en ik moet toegeven, dat ruikt helemaal niet slecht. Als we even later met zijn drieën aan tafel zitten vraagt Maylin me al snel wat ik van Rama vind. Het is een vraag die me hier wel vaker wordt gesteld en ik weet er eerlijk gezegd niet zo goed raad mee. Ik zeg meestal maar dat het een otro mundo is, een wereld die zo anders is dan ik gewend ben, dat ik er nog maar moeilijk iets van kan vinden. En dat is ook zo, al maakt deze andere wereld natuurlijk wel een indruk op me, de optelsom van de vele kleine, alledaagse impressies. Hoe ik die ervaar zegt waarschijnlijk meer over mijn eigen achtergrond, dan over dit land en de mensen die er wonen. Zo stoor ik me bijvoorbeeld nogal aan de vervuiling van de straten en het algehele leefmilieu. Ook de nogal ruwe omgang met de meeste dieren is me een doorn in het oog. Maar het is te gemakkelijk en ook niet eerlijk om hier een sterk waardeoordeel over uit te spreken, omdat ik daarmee voorbij zou gaan aan de dwingende aard van de omstandigheden waarbinnen een en ander zich hier manifesteert. Er is namelijk in de regel een zekere mate van comfort en luxe voor nodig om je druk te kunnen maken over het milieu en dierenwelzijn. Als je zelf elke dag opnieuw moet knokken om het hoofd boven water te houden, dan is het misschien wel wat veel gevraagd om je ook nog eens sterk te maken voor je omgeving.

Vorig jaar heeft Oniel in het kader van een uitwisselingsprogramma een bezoek gebracht aan Maastricht en wanneer hij vertelt over deze ervaring zie ik zijn ogen stralen. De schone straten en het algemene gevoel van veiligheid, de vele recreatiemogelijkheden en het koele klimaat, hij raakt er niet over uitgesproken en als hij zijn familie kon meenemen was hij allang vertrokken. Hij zegt het laatste wat gekscherend, maar ik zie dat hij het meent. Ik realiseer me dat we de zaakjes in Nederland eigenlijk best goed op orde hebben en dat het voor iemand als Oniel inderdaad als een paradijs op aarde moet overkomen, of op zijn minst als een soort Efteling waar alles is zoals het zou moeten zijn. Maar ik ben zijn opmerking over zijn familie niet vergeten, en besef dat zelfs het paradijs alleen maar een façade zou zijn, niet meer dan een mooi maar leeg decor, als je het niet kan delen met de mensen die om je geven.



Welbevinden

vrijdag 17 oktober 2008

Deze ochtend krijg ik bij aankomst op het kantoor te horen dat ik niet naar binnen mag omdat de politie bezig is met sporenonderzoek. Oniel vertelt me dat inbrekers afgelopen nacht via de ruimte onder het dak naar binnen zijn gekomen en al kruipende hun weg hebben gevonden naar het kantoor en de bibliotheek. Waarschijnlijk jongeren, voegt hij er nog aan toe, en ik verbaas me over de brutaliteit van de hele operatie. De schade blijkt uiteindelijk mee te vallen, want er zijn geen spullen meegenomen en er is alleen wat geld gestolen (27 dollar om precies te zijn). Ik bedenk me dat ik gisteravond eigenlijk van plan was om mijn laptop achter te laten op kantoor, maar dat ik het ding uit gewoonte toch weer mee naar huis heb genomen. En daar ben ik nu helemaal niet rouwig om.

Na de lunch ga ik met Mayela en Oniel op pad om een kijkje te nemen in de herberg van de universiteit, waar ik mogelijk vanaf volgende maand een nieuw onderdak ga vinden. Het blijkt om een soort studentenflat te gaan met een centrale woonkamer die toegang biedt tot vijf of zes kamers waarin ik meerdere vergeelde matrassen zie liggen. Het keukentje ligt op de begane grond en is bereikbaar via een stalen trap die onderaan enkele treden mist. In de badkamer tref ik de bekende waston aan en het toilet houd ik maar even voor gezien. Niet echt een Melrose Place, maar ik leg me er bij neer en troost me met de gedachte dat het pand in elk geval ’s avonds wordt bewaakt. Als Oniel me later vraagt of ik de herberg zie zitten antwoord ik beleefdheidshalve dat het me wel okay lijkt. Hij kijkt me even aan en zegt vervolgens dat ie het zelf maar niks vindt en op zoek gaat naar iets beters.  “Ik wil wel dat je het een beetje naar je zin hebt in El Rama,” voegt hij er nog aan toe en ik realiseer me dat ik het prettig vind iemand te kennen die zich hier wat bekommert om mijn welbevinden.



Vamos a ver

donderdag 16 oktober 2008

Het einde van de tweede week nadert en ik heb nog altijd geen bericht ontvangen over de definitieve levering van de vijftien Xo’s voor het pilot-programma. Ook vandaag zit er geen bevestiging in mijn mailbox en lichtelijk teleurgesteld ga ik verder met het voorbereiden van mijn lesmateriaal. De gedachte dat de laptops veel te laat of zelfs nooit in Rama zullen aankomen dringt zich aan me op, maar ik weiger er aan toe te geven en concentreer me liever op het werk. Alsof Oniel kan raden wat er in me omgaat, vraagt hij plots of er nog nieuws is over de levering. Ik schud van nee en zeg hem dat ik nog een keer een mailtje zal sturen om navraag te doen. Even later valt Mayela het kantoortje binnen met de mededeling dat ze een nieuw onderkomen voor me heeft gevonden. Dat is goed nieuws, want aan het eind van deze maand zal Casa Marquesa weer worden opgeëist door de eigenaresse, die er een paar weken vakantie komt vieren. Hoewel het huis ondertussen al wat vertrouwder aanvoelt, vind ik het helemaal niet erg om binnenkort mijn muskietennet te moeten verhangen. Graag zelfs, al zal ik Gringo de waakhond wel een beetje gaan missen. Mayela vertelt me dat het nieuwe stekje een herberg betreft die deel uit maakt van de plaatselijke Universiteit en ik probeer me er tevergeefs een voorstelling van te maken. Het is zoals met alles hier in Rama: vamos a ver oftewel we zullen wel zien.



Geen nieuws is ook nieuws

woensdag 15 oktober 2008

Vandaag heeft eigenlijk weinig nieuws opgeleverd. Ik zal daarom in het onderstaande een opsomming geven van wat opmerkelijke zaken of ervaringen van de afgelopen 10 dagen die ik nog niet eerder heb beschreven.

1.    Emergency Room Rama

Vorige week samen met promotora Jayrinza een bezoek gebracht aan het bescheiden ziekenhuis van Rama. Wellicht is het goed om te vermelden dat ik van nature een grondige afkeer heb van alles wat met latex handschoenen, naalden en mondkapjes te maken heeft. Aangezien het ziekenhuis een plek is waar je deze attributen doorgaans in grote hoeveelheden aantreft, valt een bezoek aan een dergelijke instelling voor mij nou niet bepaald in de categorie uitstapjes ter ontspanning en vermaak. Maar goed, als ik het dan toch een keer gezien moet hebben, dan liever als bezoeker dan als noodgedwongen gast nietwaar. De hoofdarts (en volgens mij ook enige) nam ruim de tijd om me rond te leiden door het gebouw en hield bij elke ruimte een uitgebreid verhaal waarvan ik minstens de helft niet begreep. Dat gaf me wel mooi de gelegenheid om de verschillende plekken eens goed in me op te nemen. Het meest in het oog springend waren toch wel de spoedeisende hulp en het laboratorium. De spoedafdeling maakte een ronduit bloederige indruk, met lakens vol roestkleurige vlekken en fraaie spetterpatronen op de muren. Ik probeerde me voor te stellen hoe het voelt om hier binnen te komen en dan om je heen het slagveld van je voorgangers te moeten waarnemen. Vast niet een heel geruststellende aanblik. Het laboratorium deed me sterk denken aan het proeflokaal scheikunde of biologie van de middelbare school. Alleen was het proeflokaal beduidend schoner en stonden de meeste buisjes gewoon in het rekje. In het lab daarentegen slingerde vanalles rond, van gebruikte petrischaaltjes tot vuile wattenproppen en opgedroogde testbuisjes.  Mocht er al sprake zijn van enige systematiek, dan hielden ze deze in elk geval goed verborgen voor een buitenstaander zoals ik. Het zou mij niet verbazen als er op dit moment Ramanezen zijn met suikerziekte die pillen slikken tegen een of andere darminfectie veroorzaakt door parasieten en vice versa. Het was werkelijk een zooitje. Van de andere kant, er ís een ziekenhuis in Rama en dat is natuurlijk nog altijd beter dan helemaal geen ziekenhuis. Maar toch maar liever goed uitkijken met oversteken.

2.    Music is my first love

Er is iets met muziek in dit stadje. Je hoort het namelijk overal. En dan heb ik het niet over een New Orleans-achtige sfeer met artistieke uitspattingen van echte muzikanten die hoorbaar door het rauwe leven zijn getekend. Nee, hoewel het bestaan in Rama zeker aanleiding zou kunnen vormen voor een hoop kleurrijke (klaag)liederen, zijn het toch vooral de latin (salsa)songs en reggaeton-klassiekers die hier de boventoon voeren en in zo’n beetje elke huiskamer en automobiel op maximaal volume worden afgedraaid. Daarbij is het me bovendien opgevallen dat uit de meest armoedige bouwsels, de grootste herrie komt. Het kan natuurlijk liggen aan de gebrekkige isolatie van deze huisjes, maar ik vrees dat hier een andere wetmatigheid opgaat: hoe meer ellende, hoe meer geluid om de dagelijkse realiteit mee uit te doven.

3.    Kleine analyse van de biodiversiteit in en rondom huize Marquesa:
- Klein legertje reuzenmieren rondom ingang van het huis, vermoedelijk ter bewaking;
- Een garnizoen tijgermuggen van het meest fanatieke soort; gaat in de aanval zodra ik de beschutting van mijn volledig geïmpregneerde klamboe verlaat.
- Een giant cockroach van een goede acht cm. lengte; het goede nieuws is dat ie aan de onderkant van mijn schoen zit, het slechte dat ze nooit alleen komen.
- Een rare kwibus zich ophoudend in de ruimte tussen het plafond en het dak; laat me eens in de zoveel tijd midden in de nacht wakker schrikken middels het uitstoten van een harde lokroep (of noodkreet).
- Ontelbare minuscule onderkruipsels in de directe omgeving van de keuken; zodra er ergens een kruimel ligt zetten ze een logistieke operatie op touw die TNT jaloers zou maken.
- Tientallen hagedissen die het zich behaaglijk hebben gemaakt achter de even zo vele schilderijen, potjes en overige prullaria; als die beestjes nou eens muggen aten.

Wordt vervolgd … (vrees ik)



Crash

dinsdag 14 oktober 2008

Het design van de Xo, met zijn felle kleur groen en nieuwsgierig opgestoken oren (antennes), is voor de meeste kinderen ronduit onweerstaanbaar. Als ik na de middagpauze bij het kantoor van de Stedenband aankom staat Sturdee me al op te wachten. Gisteren heb ik de jongen even zijn gang laten gaan met de Xo, toen hij opeens naast me kwam zitten aan mijn bureau. Sturdee is het kleinkind van de bibliothecaresse van de Stedenband en voelt zich om die reden kennelijk vrij genoeg om onaangekondigd het kantoor binnen te wandelen. De Xo heeft gisteren duidelijk indruk op het ventje gemaakt, want vandaag vraagt hij me bijna smekend of die even met de kleine computer mag spelen. Ik vind het best, maar nier langer dan een uurtje, voeg ik er nog aan toe. Sturdee glundert als ik hem het apparaat overhandig en in een mum van tijd heeft hij behalve het internet, ook nog een doolhofspelletje en de tekstverwerker opgestart. Zijn kleine tengels vliegen over het toetsenbord en als ik even naast me kijk zie ik achtereenvolgens sites voorbij komen over Amerikaans worstelen, de voetbalgod Ronaldiño  en de Nicaraguaanse president Daniel Ortega. Goed, de jongen heeft in elk geval een breed interessegebied. Als hij vervolgens met de tekstverwerker aan de slag gaat en aardige zinnetjes typt over zijn nieuwe Nederlandse computervriendje, verbaas ik me over de vele spelfouten die hij maakt met woorden die zelfs ik nog goed zou schrijven in het Spaans. Ik vraag hem hoe oud hij is, waarop hij twaalf antwoordt en tegelijkertijd het getal met zijn vingers laat zien. Ik knik en vraag me ondertussen af of het taalniveau van zijn klasgenoten eveneens zo laag is, of dat Sturdee op dit gebied een beetje achter is gebleven? Niet echt een leuke vraag om aan zijn oma te stellen natuurlijk, en ik besluit het ook maar niet te doen. Trouwens ook omdat mijn eigen (locale) taalachterstand de genuanceerde formulering van een dergelijke vraag wat moeilijk maakt. Na een tijdje tikt hij me op mijn schouder en wijst gniffelend het woord VAGINA aan op het beeldscherm. Ik zie dat hij op YouTube een filmpje heeft gevonden met de aansprekende titel: He Killed the Vagina Monster. Ik schat zo in dat er geen al te schokkende beelden in voorkomen en laat hem zijn gang gaan als hij het filmpje wil aanklikken. Het blijkt inderdaad mee te vallen want het enige dat we te zien krijgen is een monoloog van een man die er kennelijk in is geslaagd de mensheid te verlossen van het vaginamonster, wat dat dan ook moge wezen. Maar Sturdee blijkt niet zo makkelijk voor één gat te vangen, want niet veel later heeft hij wel mooi uitgevonden dat de zoekterm VAGINA op YouTube een hele reeks aan pornografisch getinte video’s oplevert. Ik twijfel of ik moet ingrijpen en zeg hem dat het me beter lijkt om een ander zoekwoord te kiezen, great white shark bijvoorbeeld. En in gedachte voeg ik er nog aan toe: een meer pedagogisch verantwoorde soort vis. Het haalt niet veel uit, want Sturdee is inmiddels volledig gebiologeerd door de kleine previews van wazige geslachtsorganen en klikt als een bezetene het ene na het andere potentieel vieze filmpje aan. De Xo kraakt en zucht onder de grote hoeveelheid MegaBytes die het arme ding opeens te verwerken krijgt en een moment later crasht de internetbrowser volledig. Sturdee kijkt me vragend aan en ik ben voor het eerst in mijn leven blij dat een computer er op eigen houtje een einde aan maakt.

Mmm, zou Sturdee toch een glimp hebben opgevangen van het vaginamonster?



Poco a poco

maandag 13 oktober 2008

Het leven hier begint al een beetje structuur en ritme te krijgen. ’s Ochtends naar kantoor, tussen de middag een uurtje naar huis om wat te eten, daarna op het gemak terug naar ‘el trabajo’ om rond een uur of vijf weer huiswaarts te keren. Nog even en het voelt vast alsof ik nooit anders heb gedaan. En wat het takenpakket betreft, dat is vooralsnog ook best overzichtelijk: beetje kletsen, wat internetten, een schooltje/instelling bezoeken, nog wat kletsen en een laatste keer mijn mail checken. Daarbij moet ik wel opmerken dat het doorgaans snikheet is op kantoor, dat elke handeling bijgevolg relatief veel energie kost en dus als significant zwaarder moet worden aangemerkt dan een vergelijkbare handeling welke wordt uitgevoerd binnen een fijne geklimatiseerde omgeving. En dan laat ik een uitstapje naar een andere instelling nog even buiten beschouwing, want daarbij produceer je in de regel meer transpiratievocht dan tijdens een heel uur hardlopen onder meer humane omstandigheden. Kortom, het valt niet mee om hier de noeste arbeider uit te hangen en dus probeer ik het ook maar niet te zeer, want ja, ‘s lands wijs ‘s lands eer, nietwaar? Nu overdrijf ik wel een beetje hoor, want de mensen van de Stedenband lijken me erg betrokken bij hun werk en pakken het ook behoorlijk professioneel aan, voor zover ik dat goed kan inschatten natuurlijk na een week.

Vandaag belooft overigens een interessante dag te worden, want op het programma staat een bezoek aan de basisschool waar ik van plan ben het pilot-project met de Xo’s te gaan draaien. Als ik samen met Oniel het terrein van de school betreed, valt me direct op dat de kinderen nogal druk zijn, zowel binnen als buiten de klaslokalen. Het lijkt wel alsof alle docenten met de griep thuiszitten en de leerlingen hier het rijk voor zich alleen hebben. Dat laatste blijkt niet het geval en als ik Oniel vertel dat het geheel een beetje chaotisch op me overkomt, klaagt hij over de sterke teloorgang van normen en waarden onder de jeugd van El Rama. Het is hier blijkbaar niet veel anders dan bij ons (in Nederland), denk ik bij mezelf. Wat later zitten we aan het bureau van het schoolhoofd, een vermoeid ogende vrouw van middelbare leeftijd, die ondanks haar matte voorkomen toch nog enig enthousiasme weet op te brengen voor het project en de Xo. Ze ziet wel wat in het initiatief, al vindt ze het wel een beetje kort dag allemaal, aangezien het schooljaar hier eind november al afloopt. We leggen haar uit dat het nu vooral om een eerste kennismaking gaat met de Xo en dat het daadwerkelijke project pas begin volgend jaar van start gaat. In totaal werken er 21 docenten op deze basisschool, wat betekent dat ik straks met twee groepjes van ongeveer tien personen aan de slag kan gaan. Tenminste, als de vijftien bestelde Xo’s binnen afzienbare tijd arriveren. Dat laatste is namelijk nog steeds twijfelachtig, aangezien niemand bij OLPC precies lijkt te weten wie wat wanneer verzonden heeft en vooral waar naartoe. Nou ja, dat houdt de spanning er in elk geval wel in.



Zondag

zondag 12 oktober 2008

Als je ver van huis bent en het is toevallig ook nog zondag, nou ja, dan heb je dus alle tijd van de wereld om te missen wat je dierbaar is. En dan zul je net zien dat op een dag als vandaag de regen bijna non-stop uit de hemel valt, alsof het zo is afgesproken. Toch is het vreemd, hoe de afstand inwerkt op je gemoed en maakt dat alles wat je voelt en denkt letterlijk en figuurlijk in een ander daglicht komen te staan. Het is alsof elke stemming een extra dimensie krijgt die niet los valt te zien van het ontheemd zijn en het bewust zijn daarvan. Als ik me hier wat eenzaam voel, dan is dat vaak omdat ik me realiseer dat ik het een tijdje zonder de mensen van wie ik houd moet stellen. En als ik me op een ander moment weer wat gelukkiger voel, dan is dat niet zelden uit dankbaarheid voor de steun en liefde van diezelfde mensen. Met andere woorden, mijn geluk is in dit verre oord veel duidelijker voelbaar gekoppeld aan de band met mijn geliefden. Thuis ben ik me daar een stuk minder bewust van, mede door de mij niet vreemde gewoonte om wat bijzonder is al vrij snel onder het alledaagse te scharen. Als ik dát hier nu eens afleer en minder snel voor lief neem wat me werkelijk lief is, dan is deze onderneming eigenlijk al geslaagd.