Archief van oktober 2008

Verkeersperikelen

zaterdag 11 oktober 2008

Het is zaterdag en mijn eerste week in Nicaragua zit er bijna op. Vandaag ga ik volgens mijn agenda een bezoek brengen aan El Recreo, een recreatiegebied dat net buiten Rama is gelegen. Op het kantoor van Stedenband tref ik echter niemand aan en ik besluit een kijkje te gaan nemen bij Oniel, die op nog geen vijf minuten lopen van het kantoor woont. Het hek voor zijn huisje is gesloten en ik vraag me af of hij nog steeds vermist wordt. Ik besluit hem te bellen met mijn mobiele telefoon en hij blijkt gewoon thuis te zijn. Even later zit ik tegenover hem in zijn bescheiden woonkamer en vertelt hij me dat de jongen die overdag zijn bromtaxi gebruikt gisteren een aanvaring heeft gehad met een andere tuktuk. Ik informeer naar de ernst van de toestand en volgens Oniel valt het allemaal wel mee. Ik moet denken aan de paar ritjes die ik de afgelopen dagen zelf heb gemaakt in een bromtaxi en kan me goed voorstellen dat er weleens iets misgaat. Het verkeer in Nicaragua is ronduit killing en als het even kan ga ik te voet, hoe warm het ook is buiten. Behalve dat vrijwel alle bestuurders maniakale trekken vertonen tijdens het rijden, vinden de meeste het ook nodig om bij het passeren van zowat elke voetganger, fiets of ander bromvoertuig uitgebreid te claxonneren. En een beetje zichzelf respecterende chauffeur heeft natuurlijk geen gewone toeter, maar eentje die er qua toonhoogte en klankkleur net even uitspringt. Waar maken ze die dingen, vraag ik me af, en ik verlang opeens naar de regelzuchtige verkeerspraktijk in Nederland, waar dwangmatig claxonneren met opgevoerde toeters fijn bij wet verboden is. Hoe heerlijk rustig zou het hier dan zijn.



Please sir, can I have some more?

vrijdag 10 oktober 2008

De eerste nacht in Casa Marquesa is minder spookachtig dan verwacht, maar ik schrik toch een paar keer goed wakker van geluiden die ik niet meteen kan thuisbrengen. Als rond een uur of zes het water begint te lopen in de badkamer verkeer ik zelfs even in de waan dat de nabij gelegen rivier het huis binnenstroomt. Een moment later herinner ik me dat Doña Ermilia gisteren nog even de douchekraan open heeft gedraaid zodat in het geval van stromend kraanwater de ton in de badkamer weer vol kan lopen. Vers kraanwater is in Nicaragua een schaars goed en kan in Rama alleen tussen zes en zeven uur in de ochtend worden afgetapt. Dat het water uit de kraan komt betekent overigens niet dat het ook drinkbaar is, want dat is allerminst het geval. Door de onrustige nacht verslaap ik me ‘s ochtends een beetje en met een zwaar hoofd maak ik snel een ontbijtje voor mezelf én voor de waakhond, want ik heb gisteravond mijn bord niet helemaal leeg gegeten en de overgebleven sardientjes in de koelkast gelegd om vandaag als testvoer te dienen. Ik wil namelijk uitvinden of het dier te paaien valt met wat stinkende vis en of hij zich door me laat aanhalen. Bij het betreden van de tuin zie ik dat hij zijn oren opsteekt en mijn bewegingen nauwlettend volgt. Het lijkt wel alsof hij precies weet wat ik van plan ben, want hij rekt zich loom uit, kwispelt een beetje met zijn staart en geeft ondertussen kleine rukjes aan het touw. Naarmate ik dichterbij kom wordt hij steeds enthousiaster en als ik het bordje in zijn richting schuif wurgt hij zichzelf bijna in zijn drang om de visjes te bereiken. In amper twee happen is het bordje leeg en voorzichtig trek ik het weer weg. Het dier laat me mijn gang gaan en ik waag het om mijn hand uit te steken in de richting van zijn neus, zodat hij wat kan wennen aan mijn geur. De hond, die ik gemakshalve vanaf nu Gringo zal noemen, springt op en drukt zijn beide poten stevig tegen mijn hand aan. Ik beschouw het als een dankjewel en besluit dat het zo wel welletjes is. Helemaal niet slecht voor een eerste kennismaking en morgen zien we wel weer verder.

Door het speelkwartier met Gringo kom ik wat later aan op het kantoor van de Stedenband, waar ik Oniel niet aantref. Ik zou vandaag de planning met hem opstellen voor de komende week, maar niemand lijkt te weten waar hij is. Later op de dag komt zelfs zijn vrouw langs om te vragen of ik Oniel toevallig nog heb gezien, maar ik moet haar teleurstellen en weet niet goed of ik me nu ongerust moet maken of dat Nicaraguaanse mannen er wel vaker even tussenuit knijpen als het thuis wat te benauwd wordt.

Voor het avondeten is mijn keuze gevallen op een pizzeria met de niet zo aansprekende naam Porky’s. Maar het interieur is op het eerste gezicht erg schoon en het is er bovendien lekker koel door de aanwezigheid van een viertal nogal fors uitgevallen plafondventilatoren. Ik moet een keuze maken uit verschillende formaten en kies uiteindelijk voor de grande variant, die na ruim drie kwartier uit de oven komt rollen en inderdaad behoorlijk grande blijkt te zijn. Na twee stukken (van de acht) zit ik al aardig vol en ik voel me een beetje bezwaard als ik naar buiten kijk en jochies zie rondhangen op straat die vast ook wel een pizzapunt zouden lusten. Het is alsof ze mijn gedachten kunnen lezen, want nog geen minuut later staat er eentje voor mijn neus met een opgestoken vingertje en een paar zielige ogen erbij. Ik hoor iemand vanuit de keuken foeteren op het kind, maar ik ben eigenlijk wel blij dat ik wat aan mijn schuldgevoel kan doen en geef het ventje snel een punt in een servetje, waarop hij maakt dat die weg komt. Als ik klaar ben met eten liggen er nog vier delen op mijn bord en ik vraag aan de serveerster of ik ze mee kan nemen naar huis. Keurig ingepakt krijg ik mijn halve pizza mee in een tasje en als ik onderweg een gezinnetje tegenkom dat aan de rand van de straat zit te wachten (of hangen) vraag ik of ze misschien un poco pizza willen hebben. De vrouw kijkt me vragend aan en ik laat de inhoud van de tas zien om mijn bedoeling duidelijk te maken. Een van de kinderen pakt mijn pakketje met een glimlach aan en als ik opgelucht weer verder loop hoor ik dat de vrouw me nog hartelijk bedankt. Ik besef opeens dat ze even gedacht moet hebben dat ik haar iets wilde verkopen, aangezien straatverkoop hier eerder regel dan uitzondering is. Als ik thuiskom moet ik janken, want het zit me helemaal niet lekker. De ene helft van de wereld vreet zich stijf aan god-weet-niet-wat-allemaal terwijl de andere met grote ogen toekijkt. En ik weet wel dat het zo eenvoudig niet is, maar het voelt verdomme niet okay en daar veranderen een paar stukken pizza ook niet veel aan.



Casa Marquesa

donderdag 9 oktober 2008

Bij binnenkomst op het kantoor van de Stedenband krijg ik van Oniel te horen dat ik vandaag al kan verhuizen naar Casa Marquesa. Op deze boodschap heb ik me al een dag of twee verheugd want hoewel het hotel waar ik verblijf voor Nicaraguaanse begrippen erg luxe is verlang ik naar een plekje dat ik een beetje thuis kan noemen. Casa Marquesa, zoals het hier wordt genoemd, is het huis van een dame op leeftijd die (zoals wel meer welgestelde Nicaraguanen) haar geluk heeft beproefd in de Verenigde Staten, in de stad Miami om precies te zijn. Haar huis in Rama heeft ze aangehouden om af en toe vakantie te kunnen vieren en wellicht ook om extra inkomsten te genereren, want Casa Marquesa wordt verhuurd aan voornamelijk buitenlandse gasten die de huurprijs van vijf dollar per nacht kunnen ophoesten. Ter vergelijking: het hotel kost me momenteel 20 dollar per nacht, dus per saldo ga ik er behoorlijk op vooruit. Wel een beetje jammer voor de vriendelijke receptioniste van het hotel, die bij mijn afscheid zelfs nog even vlug een foto van me maakt met haar mobiele telefoon. Con permiso natuurlijk, maar het voelt wel een beetje ongemakkelijk. Als ik ’s middags samen met Oniel, Mayela (ook werkzaam bij de stedenband) en Doña Ermilia (de caretaker van het huis) op weg ga naar mijn nieuwe onderkomen heb ik geen idee wat me te wachten staat. Via een heuse oprit komen we bij een hek dat toegang biedt tot een voorportaal annex veranda. Doña Ermilia opent het stevige hangslot in een handomdraai en even later vliegt ook de verder gelegen voordeur open. We betreden de ruime woonkamer en ik verbaas me over de inrichting, die bestaat uit pompeuze stoelen en banken met een pluche bekleding, een bonte verzameling tapijtjes en andersoortige vloerkleden, kitscherige schilderijen met tafereeltjes variërend van een eenzame Jaguar in een boomtop tot een zonsopgang in een besneeuwd bos. Verder hangen en staan er minstens vier spiegels in de ruimte en bezwijken de vele salontafeltjes bijna onder de grote hoeveelheid zilveren fotolijstjes waarin de trotse lady of the house samen met haar kroost en echtgenoot (?) vereeuwigd staan. En of dat nog niet genoeg is staat de hele kamer vol met onooglijke prullaria, variërend van porseleinen kerstmannetjes tot kandelaars in de vorm van halve fruitbomen. Oh, en wat te denken van de alom aanwezige klimop van plastic, die als een eigenzinnig onkruid ongemerkt de nog resterende ruimte heeft overwoekerd. Is dit het decor geweest van een griezelige film, vraag ik me plotseling af, want zoiets kan toch niet alleen maar het gevolg zijn van de doorgedraaide wansmaak van een oude vrouw? Achter de huiskamer ligt een eerste slaapkamer, gevolgd door nog een slaapkamer met twee tweepersoonsbedden en een toegang tot de badkamer. Weer verder ligt de keuken, die is onderverdeeld in een kook- en eetgedeelte, waar behalve een eettafel ook een reusachtige koelkast staat. Via de keuken is het mogelijk om de tuin te betreden, die op wat groene borders na voornamelijk uit betonplaten bestaat. We gaan naar buiten en lopen door naar een riant tuinhuis, dat met veel toewijding wordt bewaakt door een zwarte husky-achtige hond aan een touw van hooguit drie meter lengte. Direct achter het tuinhuis maar een heel stuk lager, stroomt de rivier en via een steil paadje kan een klein bootje worden bereikt dat vastligt en noodgedwongen meedeint met de stroming. Als we teruglopen informeer ik naar de eigenaar van de hond en of er dagelijks iemand langskomt om hem te verzorgen. Oniel stelt me enigszins gerust door te zeggen dat het dier regelmatig te eten en te drinken krijgt, maar ik vind het een sneu gezicht en besluit morgen eens te kijken of het beest zich laat benaderen. Dan vertrekken Oniel en de twee dames en blijf ik alleen achter in een huis dat het mijne niet is en gevoelsmatig ook nooit zal worden. Ik snuffel wat rond, pak een aantal spullen uit en kijk niet echt uit naar het vallen van de avond, want wie weet wat dat hier brengt.



El Cerro

woensdag 8 oktober 2008

Aan het einde van de middag ga ik met Jayrinza, een maatschappelijk werkster van de stedenband, op weg naar El Cerro, de berg van Rama. We nemen een bromtaxi (een soort tuktuk) die ons aan de voet van de heuvel afzet en beginnen aan de klim naar boven. Al gauw passeren we een aantal families dat onder plastic zeil gezeten bezig is grote stukken steen tot kiezels klein te slaan. Niet alleen volwassenen, maar ook jonge kinderen zie ik aan de gang met zware hamers die ze nog maar amper kunnen tillen. Ik had eerder al eens foto’s  gezien van deze groeve, maar nu ik er zelf ben is er geen ontsnappen aan: dit is de dagelijkse realiteit voor de armste inwoners van Rama en er is helemaal niets dat ik hier en nu kan doen om deze rauwe werkelijkheid te veranderen. Ik ben eerlijk gezegd een beetje opgelucht als we het einde van de groeve bereiken en een smal pad inslaan dat naar de top van de berg leidt. Het paadje is behoorlijk steil en moeilijk begaanbaar door overhellend struikgewas. Een paar keer glijd ik uit over bladeren en wortelstronken, die spekglad zijn geworden door de regelmatige regenval. Eenmaal boven val ik genadeloos ten prooi aan vliegend ongedierte, dat ongetwijfeld afkomt op het angszweet dat ik zojuist heb afgescheiden. Desondanks geniet ik van het uitzicht en neem ik een serie foto’s van het stadje en de omringende bossen. Ik verbaas me erover hoe een land dat zoveel schoonheid heeft tegelijkertijd ook zoveel armoede kan herbergen. Ik kan het niet goed rijmen en concentreer me maar op de afdaling, die gelukkig via een andere weg verloopt.



Pestbui

woensdag 8 oktober 2008

Ik word wakker na een plakkerige nacht vol vreemde geluiden en ik heb geen zin in de rituelen die bij de ochtend horen. Toch maar een beetje wassen, insmeren met anti-muggenlotion plus zonnebrandcrème en een provisorisch ontbijtje eten boven het nachtkastje. Wanneer ik buiten kom overvalt me de gedachte dat ik de komende twee maanden geen kant op kan en het zal moeten doen met deze omgeving. Hoewel ik weet dat ik op elk moment kan besluiten mijn koffers te pakken, voelt het deze ochtend even allemaal een stuk minder vrijblijvend aan. Ik beklim de trappen naar het kantoor van de Stedenband, dat op de eerste verdieping is gelegen, en ik merk dat het gangetje naar boven me een stuk zwaarder valt dan gisteren of eergisteren. Alweer een hele dag mijn best doen om dat Spaanse geratel te ontcijferen en mezelf voor schut zetten bij het spreken. Het is duidelijk dat ik er even de pest in heb en als Oniel me vraagt hoe ik geslapen heb zeg ik dat het warm was vannacht. Ondanks de airco?, Vraagt hij en ik wil hem eigenlijk uitleggen dat het ding teveel herrie maakt om de hele nacht lekker door te laten draaien, maar mijn Spaans schiet tekort en dus hou ik het bij: Ja, ondanks de airco, gek hè?



Xo power

dinsdag 7 oktober 2008

Vandaag stelt het team van de Stedenband zich aan me voor en vertel ik op mijn beurt het een en ander over mijn achtergrond en de reden van mijn bezoek. Ik vind het interessant om te zien dat Oniel (met zijn 24 jaar) toch al een natuurlijk overwicht lijkt te hebben op de groep met zijn rustige uitstraling en manier van praten. Later op de dag bezoeken Oniel en ik de delegado van Mined, dat is de locale afgevaardigde van het Ministerie van Onderwijs. De man komt sympathiek over en toont volop interesse in de mogelijkheden van de Xo. Hij vertelt dat schooluitval een groot probleem is in Rama en dat met dit apparaat kinderen misschien minder snel geneigd zijn om de school vroegtijdig te verlaten. Ook deelt hij mee dat de minister van onderwijs aanstaande maandag een bezoek brengt aan Rama en dat hij zijn best zal doen om wat tijd in te lassen voor een kleine presentatie van de Xo. Gisteren de burgemeester, vandaag de afgevaardigde en maandag de minister, schiet er door mijn hoofd. De Xo vindt zijn weg naar boven op deze manier wel heel gemakkelijk.

De avond valt vroeg in Rama, waar het rond de klok van vijf begint te schemeren en amper een uur later aardedonker is. Voor de tweede keer zoek ik het restaurant Expresso op, dat in Rama bekend staat als een uitstekende eetgelegenheid. Ik kom binnen en word hartelijk onthaald door de jonge gastheer, die me een handje geeft en vraagt waar ik vandaag wil zitten. Hij geeft me het gevoel dat ik hier al jaren kom eten en als ik mijn biertje geserveerd krijg valt me op dat hij het glas heeft weggelaten en een servetje om het flesje heeft gewikkeld. Ik besef dat hij gisteren gezien heeft dat ik (uit hygiënisch oogpunt) rechtstreeks uit het flesje dronk. Goede service, lekker eten, El Expresso takes it away!



Once upon a time in el Rama (met El Alcalde)

maandag 6 oktober 2008

Om twee uur in de middag heb ik met Oniel afgesproken om mijn bezoek aan te kondigen bij El Alcalde, de burgmeester van Rama. Bovendien is zijn handtekening vereist voor het papierwerk bij de douane (de 15 Xo’s die ik nodig heb voor de lessen moeten nog worden verstuurd). Uiteraard is de Alcalde ruim een uur te laat voor onze afspraak, zoals het een hooggeplaatst persoon betaamt. Oniel voert het woord en er komen eerst allerlei zaken aan bod die – voor zover ik kan beoordelen – niets met mijn project te maken hebben. Het biedt mij de gelegenheid om de Alcalde eens goed op te nemen en zo op het eerste gezicht lijkt het me een cowboy van het zuiverste soort. Met zijn puntige laarzen, gouden sierraden en onverschrokken blik is zijn voorkomen nogal machismo. Ik stel me voor hoe hij ’s zondags met zijn paard door de straten van Rama paradeert en ondertussen al knipogend contact legt met het vrouwelijk schoon. Plotseling kijkt Oniel me aan en ik begrijp dat het tijd is om wat te vertellen over de reden van mijn aanwezigheid. In hakkelig Spaans vertel ik in een paar zinnen waar het project om draait en de Alcalde knikt (desondanks) begripvol waaruit ik hoopvol opmaak dat hij me min of meer verstaat. Op een gegeven moment laat ik hem de Xo zien en geef ik hem de kans om het ding zelf open te maken. Ik vertel erbij dat het volwassenen in de regel minstens een minuut kost om het apparaat te openen, terwijl kinderen meestal genoeg hebben aan de helft van die tijd.  De Alcalde grinnikt en ik zie aan zijn houding dat hij het een mooie uitdaging vindt. De burgemeester houdt wel van een wedstrijdje, schat ik zo in. Met een beetje hulp lukt het hem uiteindelijk om de laptop te openen. Niet echt een highscore en strafseconden voor de hulp, maar goed, gezichtsverlies is voorkomen en dat is belangrijk voor een politicus. We verlaten het gemeentehuis en kunnen rekenen op de steun van El Alcalde. Missie geslaagd.

Foto van El Alcalde gemaakt met de ingebouwde camera van de Xo



Streets of Rama

maandag 6 oktober 2008

Mijn eerste ochtend in Rama doet onwerkelijk aan. Ik word vroeg wakker van luidruchtige types die op de binnenplaats van het hotel lege blikjes heen en weer gooien. Mijn hoofd doet pijn, het is benauwd in de kamer en ik heb dorst. Na een paar slokken water (uit een flesje) zoek ik de badkamer op waar ik een rode kuip van plastic aantref. Het ding is net niet groot genoeg om zittend een badje in te nemen en tot de rand toe gevuld met koud water. Er drijft een klein bakje in de ton waarmee ik kleine watervalletjes laat neerkomen over mijn hoofd en lijf. Het koude water brengt me weer wat tot leven en ik kleed me snel aan om de buurt te verkennen. Er is al veel leven op straat, ondanks het vroege uur van de dag, en de ene naar de andere zwerfhond dribbelt me tegemoet. Het lijkt wel alsof ze doorhebben dat ik hier niet thuishoor want ze lopen behoedzaam om me heen en kijken vaak nog even achterom uit nieuwsgierigheid. Het maakt dat ik me nog meer bewust ben van mijn vreemde en misplaatste voorkomen. Ik ga op zoek naar een plek om wat te ontbijten, maar de restaurants en cafetaria zijn nog gesloten en ik vind uiteindelijk wat te eten in een supermarkt. De keuze is beperkt en van chocopasta heeft niemand ooit gehoord. Ach, het viel te proberen. Na wat speurwerk in de schappen van de supermarkt lukt het toch redelijk om een eerste ontbijtje samen te stellen bestaande uit een paar sneden witbrood, wat exotische soorten jam en een fles drinkyoghurt. Niet slecht voor een begin.

Na het ontbijt maak ik een wandeling door het stadje en verbaas me over de slechte staat waarin de meeste wegen en gebouwen verkeren. Het lijkt wel alsof Rama vorige week nog getroffen is door een orkaan en nu druk bezig met allerlei herstelwerkzaamheden.

Straatbeeld

De zon begint ondertussen aardig door te breken en mijn t-shirt wordt met de minuut natter. Ik besluit het kantoor op te zoeken van de stedenband en vraag een beetje rond naar de locatie van de bibliotheek en de Casa de Cultura, waar de stichting is gevestigd. Uiteindelijk blijkt het gebouw in de buurt van mijn hotel te liggen en ik tref er wat dames aan die ik herken van de groepsfoto op de website van de stedenband. Ik stel me voor en vraag of er gelegenheid is om gebruik te maken van het internet. Even later breng ik mijn familie en geliefde op de hoogte van mijn aankomst. Nu gaat het beginnen.

Later op de dag ontmoet ik Oniel weer. We praten wat over mijn eerste ervaringen en bepalen de agenda voor de rest van deze week. Hij vraagt of ik mee wil gaan naar de opening van een nieuw schoolgebouwtje aan de overkant van de rivier en voor ik het weet zitten we in een gammele houten kano met een moderne motoraandrijving. Terwijl ik geniet van het tochtje wijst Oniel me opeens op een ander bootje, dat behalve een aantal mensen ook nog een muilezel vervoert. Het dier is aan de zijkant van boot gepositioneerd en zijn kop wordt met een touw boven water gehouden. Aan de achterkant houdt iemand anders zijn staart vast om afdrijven te voorkomen. Ik verbaas me over het hele tafereel en nog het meest over de ogenschijnlijk kalme houding van het lastdier, dat deze overtocht ongetwijfeld al vaker op deze manier heeft gemaakt.

Go with the flow



Go with the flow

zondag 5 oktober 2008

Vandaag de laatste etappe van de heenreis afleggen met de bus van Managua naar Rama. Vol goede moed stap ik in de taxi die me met een rustig gangetje naar de ingang van het busstation Mayoreo brengt. Mijn opgewekte gevoel slaat meteen om als ik de getto-achtige sfeer bespeur rond de poorten van het busstation dat tevens dienst doet als marktplaats (of omgekeerd). Zodra ik een voet buiten de taxi zet word ik benaderd door twee jongens die me vervolgens wel heel erg trouw begeleiden naar het loket voor de buskaartjes. Door een klein gat spreek ik de wens uit om een kaartje voor de bus van twee uur te bemachtigen. Vanuit het donker geeft de verkoper me op norse toon te kennen dat er op zondag alleen een bus om zes uur zal vertrekken. Ik vraag het nog een keer omdat het vooruitzicht ruim vier uur op deze plek te moeten rondhangen me in het geheel niet aanstaat. De man schudt zijn hoofd en zwijgt, waarop ik hem het geld geef voor het kaartje en een plaats zoek tussen schreeuwende verkopers en verveelde medepassagiers.

Busstation Mayoreo

De busreis naar Rama neemt onder normale omstandigheden ruim vijf uur in beslag. Maar bij bijzondere omstandigheden, zoals een buiten zijn oevers getreden rivier, kan de reistijd oplopen tot 7 of zelfs 8 uur. Na bijna twee uur file bereikt de bus het punt waarop de rivier doorwaadbaar is en schokkend en gierend baant het ding zicht een weg door de stevige stroom. Als de bus plotseling fors overhelt naar een kant gilt de vrouw naast me alsof haar laatste uur geslagen heeft. Zelf zit ik ook met beide handen gekluisterd  aan de hoofdsteun van mijn voorganger en ik voel me opgelucht als het gevaarte moeizaam maar vastberaden de oever aan de overkant beklimt

Het is midden in de nacht als de bus in Rama arriveert en ik ben geradbraakt. Ik verlaat het voertuig en word onmiddellijk aangesproken door een jongeman. Of ik Lein ben, wil hij weten, en ik realiseer me dat dit Oniel moet zijn, die ondanks de vertraging precies op tijd is om me op te vangen. Met zijn bromtaxi brengt hij me razendsnel naar het hotel en het voelt even of ik in een vreemde film terecht ben gekomen. Hij wenst me welterusten en ik val in een onrustige slaap.



Doodop

zondag 5 oktober 2008

Gisteravond in het donker aangekomen op aeropuerto Augusto C. Sandino van Managua, vernoemd naar de gevierde socialistische generaal die zich in de jaren ’20 en ’30 verzette tegen de Amerikaanse militaire interventie. Het mocht niet baten overigens, want de Amerikanen hielpen de conservatieve generaal Somoza García in het zadel en een dictatuur die zijn weerga niet zou kennen was geboren.

De sfeer op het vliegveld was ontspannen en een verademing na de hectiek van Miami International. Ik was gewaarschuwd voor de opdringerige manier waarop taxichauffeurs me zouden benaderen, maar eenmaal buiten bleek niemand meer de puf te hebben om een verdwaasde gringo lastig te vallen (gringo is de algemene ‘troetelnaam’ voor bleekscheten). Na even op en neer te hebben gelopen langs de taxistandplaats heb ik een vriendelijk ogende chauffeur aangesproken en na een korte onderhandeling over de prijs was ik op weg naar het hotel. Ondanks mijn vermoeidheid lukte het nog aardig om een gesprekje aan te knopen met de jonge bestuurder, die zich verbaasde over mijn hotelkeuze, aangezien je voor een fractie van de prijs ook op andere plekken prima een bed kan huren. Het kon me niet veel schelen na een reis van bijna 24 uur. Ik was doodop en blij ergens te kunnen neerploffen.