De eerste nacht in Casa Marquesa is minder spookachtig dan verwacht, maar ik schrik toch een paar keer goed wakker van geluiden die ik niet meteen kan thuisbrengen. Als rond een uur of zes het water begint te lopen in de badkamer verkeer ik zelfs even in de waan dat de nabij gelegen rivier het huis binnenstroomt. Een moment later herinner ik me dat Doña Ermilia gisteren nog even de douchekraan open heeft gedraaid zodat in het geval van stromend kraanwater de ton in de badkamer weer vol kan lopen. Vers kraanwater is in Nicaragua een schaars goed en kan in Rama alleen tussen zes en zeven uur in de ochtend worden afgetapt. Dat het water uit de kraan komt betekent overigens niet dat het ook drinkbaar is, want dat is allerminst het geval. Door de onrustige nacht verslaap ik me ‘s ochtends een beetje en met een zwaar hoofd maak ik snel een ontbijtje voor mezelf én voor de waakhond, want ik heb gisteravond mijn bord niet helemaal leeg gegeten en de overgebleven sardientjes in de koelkast gelegd om vandaag als testvoer te dienen. Ik wil namelijk uitvinden of het dier te paaien valt met wat stinkende vis en of hij zich door me laat aanhalen. Bij het betreden van de tuin zie ik dat hij zijn oren opsteekt en mijn bewegingen nauwlettend volgt. Het lijkt wel alsof hij precies weet wat ik van plan ben, want hij rekt zich loom uit, kwispelt een beetje met zijn staart en geeft ondertussen kleine rukjes aan het touw. Naarmate ik dichterbij kom wordt hij steeds enthousiaster en als ik het bordje in zijn richting schuif wurgt hij zichzelf bijna in zijn drang om de visjes te bereiken. In amper twee happen is het bordje leeg en voorzichtig trek ik het weer weg. Het dier laat me mijn gang gaan en ik waag het om mijn hand uit te steken in de richting van zijn neus, zodat hij wat kan wennen aan mijn geur. De hond, die ik gemakshalve vanaf nu Gringo zal noemen, springt op en drukt zijn beide poten stevig tegen mijn hand aan. Ik beschouw het als een dankjewel en besluit dat het zo wel welletjes is. Helemaal niet slecht voor een eerste kennismaking en morgen zien we wel weer verder.
Door het speelkwartier met Gringo kom ik wat later aan op het kantoor van de Stedenband, waar ik Oniel niet aantref. Ik zou vandaag de planning met hem opstellen voor de komende week, maar niemand lijkt te weten waar hij is. Later op de dag komt zelfs zijn vrouw langs om te vragen of ik Oniel toevallig nog heb gezien, maar ik moet haar teleurstellen en weet niet goed of ik me nu ongerust moet maken of dat Nicaraguaanse mannen er wel vaker even tussenuit knijpen als het thuis wat te benauwd wordt.
Voor het avondeten is mijn keuze gevallen op een pizzeria met de niet zo aansprekende naam Porky’s. Maar het interieur is op het eerste gezicht erg schoon en het is er bovendien lekker koel door de aanwezigheid van een viertal nogal fors uitgevallen plafondventilatoren. Ik moet een keuze maken uit verschillende formaten en kies uiteindelijk voor de grande variant, die na ruim drie kwartier uit de oven komt rollen en inderdaad behoorlijk grande blijkt te zijn. Na twee stukken (van de acht) zit ik al aardig vol en ik voel me een beetje bezwaard als ik naar buiten kijk en jochies zie rondhangen op straat die vast ook wel een pizzapunt zouden lusten. Het is alsof ze mijn gedachten kunnen lezen, want nog geen minuut later staat er eentje voor mijn neus met een opgestoken vingertje en een paar zielige ogen erbij. Ik hoor iemand vanuit de keuken foeteren op het kind, maar ik ben eigenlijk wel blij dat ik wat aan mijn schuldgevoel kan doen en geef het ventje snel een punt in een servetje, waarop hij maakt dat die weg komt. Als ik klaar ben met eten liggen er nog vier delen op mijn bord en ik vraag aan de serveerster of ik ze mee kan nemen naar huis. Keurig ingepakt krijg ik mijn halve pizza mee in een tasje en als ik onderweg een gezinnetje tegenkom dat aan de rand van de straat zit te wachten (of hangen) vraag ik of ze misschien un poco pizza willen hebben. De vrouw kijkt me vragend aan en ik laat de inhoud van de tas zien om mijn bedoeling duidelijk te maken. Een van de kinderen pakt mijn pakketje met een glimlach aan en als ik opgelucht weer verder loop hoor ik dat de vrouw me nog hartelijk bedankt. Ik besef opeens dat ze even gedacht moet hebben dat ik haar iets wilde verkopen, aangezien straatverkoop hier eerder regel dan uitzondering is. Als ik thuiskom moet ik janken, want het zit me helemaal niet lekker. De ene helft van de wereld vreet zich stijf aan god-weet-niet-wat-allemaal terwijl de andere met grote ogen toekijkt. En ik weet wel dat het zo eenvoudig niet is, maar het voelt verdomme niet okay en daar veranderen een paar stukken pizza ook niet veel aan.