Archief van categorie ‘Onderweg’

Flying home for Christmas

vrijdag 19 december 2008

De terugvlucht verliep voorspoedig en inmiddels vertoef ik alweer een dag of twee op vertrouwde bodem. Hoewel, vetrouwd blijkt een relatief begrip, want op een bepaalde manier is alles hier ook weer een beetje vreemd voor me. En dat zit ‘m dan vooral in kleine dingen, zoals even niet meer weten waarvoor die ene gekke sleutel aan mijn sleutelbos ook al weer was, of vol verwondering over de snelweg rijden omdat het wegdek hier zo heerlijk glad en effen aanvoelt (in tegenstelling tot de bumpy roads van Nicaragua). Het zal nog wel even wennen zijn, vermoed ik, maar luxe went in de regel sneller dan de afwezigheid ervan, dus dat komt wel goed. En de hereniging met mijn dierbaren maakt natuurlijk ook een hoop goed, want hun warmte houdt de winterse koude uit mijn buurt en geeft mijn terugkomst glans. Ook het kerstgevoel begint langzaamaan te ontwaken en ik begin me al weer druk te maken over de cadeautjes die ik nog snel voor iedereen moet aanschaffen, iets wat een week geleden nog letterlijk ondenkbaar voor me was. Toch zal de kerst dit jaar anders voelen dan voorheen, vermoed ik, want dit feest van overvloed staat natuurlijk in schril contrast met de situatie in Nicaragua. Niet dat ik nu bij elke hap aan de hongerige straatkinderen van Rama denk, maar het vanzelfsprekende is er wel een beetje vanaf, en ik zie de kerst nu meer dan ooit als een geschenk dat ik mág in plaats van moet vieren. Misschien is dat wel het meest waardevolle souvenir van deze reis, het besef dat ik in een bevoorrechte positie verkeer en daardoor meer en oprechter dankbaar kan zijn voor al het goede dat ik mag ervaren. Dat klinkt misschien wat pathetisch, maar ach, het past bij de tijd van het jaar en zeker ook bij het einde van een toch wel aangrijpende reis. Met dit stukje komt dit weblog trouwens ook aan een eind, hoewel ik niet uitsluit dat er ooit nog een vervolg komt, want ik blijf natuurlijk wel betrokken bij het wel en wee van het Xo-project in Rama. Vamos a ver, zeggen ze in Nicaragua, en ik denk dat ik het daarbij ook maar houd, want één ding heb ik de afgelopen maanden wel geleerd: alles loopt altijd anders dan je van tevoren denkt. Maar niet teveel plannen dus luidt het devies.

Ps Bij deze wil ik iedereen bedanken die dit weblog heeft gevolgd en in het bijzonder de mensen die (af en toe) een berichtje hebben achtergelaten, iets waar ik altijd erg verheugd mee was.



Afgedreven

vrijdag 12 december 2008

Het einde van mijn reis nadert. De laatste drie dagen heb ik gereserveerd voor een bezoek aan het kustplaatsje San Juan del Sur. ’s Ochtends neem ik afscheid van het eiland Ometepe en van mijn gids Will, met wie ik de afgelopen dagen regelmatig op pad ben geweest. Gisteren nog samen de rio Istrian met de kajak opgepeddeld, wat niet veel moeite kostte omdat de rivier in kwestie meer weg heeft van een wetland, en dus nauwelijks stroming voortbrengt. Wederom een indrukwekkend stukje natuur, met exotische vogels in alle soorten en maten, waaronder de visarend en de ibis. Maar ook reptielen voelen zich hier thuis, in het bijzonder kaaimannen, die goed gecamoufleerd op de loer liggen om een onoplettende vogel te verrassen. Hun ‘luie’ manier van jagen maakt ze moeilijk waarneembaar, en ook deze keer waren ze ons te slim af, want ondanks de verwoede pogingen van Will om op Steve Irwin-achtige wijze alle hoeken van het wetland uit te kammen, hebben we er niet één gezien helaas. De apen daarentegen lieten zich wel van alle kanten bekijken, wat ook een stuk eenvoudiger was omdat hun habitat zich beperkt tot twee kleine eilandjes, niet ver van de monding van de rivier. Geen brulapen deze keer, maar spinapen en capucijnaapjes, beide erg nieuwsgierig van aard, op het brutale af. Deze apen zijn ooit door menselijk ingrijpen op deze eilandjes beland en het was opvallend dat met name de spinapen een zekere fascinatie voor onze kajak tentoonspreidden. Volgens Will komt dat omdat ze in de gaten hebben dat het een geschikt middel is om te ontsnappen uit hun beperkte door water begrensde omgeving. Mmm, dat zou best eens kunnen, want op het moment dat we door de stroming naar de rand van het eiland werden getrokken sprong een van de apen op de steen waar onze kajak tegenaan botste en even leek het dier serieus een lift te overwegen. Gelukkig hadden we de kajak snel weer afgeduwd, want hoewel ze er aaibaar uitzien, blijven het wel wilde en dus onvoorspelbare apen met streken en al. Goed, genoeg monkeybusiness en terug naar het surfstadje San Juan del Sur, waar ik dit stukje mee begon. Op het eerste gezicht niet heel bijzonder, deze plek vol toeristische eettentjes en souvenirwinkeltjes. Ook het strand, dat toegang biedt tot de baai van San Juan valt een beetje tegen, want er ligt een hoop troep en het water oogt troebel. Maar, als ik tegen de avond in een strandstoel gezeten de zonsondergang gadesla, weet ik waarom deze plaats de moeite waard is. Het is een uitzonderlijk mooi plaatje en gekluisterd blijf ik zitten kijken totdat de zon kopje onder gaat in een zee van afgedreven gedachten.



The way it is

woensdag 10 december 2008

Isla Ometepe geeft haar natuurlijke schoonheid niet zomaar prijs, is mijn ervaring van de afgelopen dagen. Gisteren een poging ondernomen om de hoogste van de twee vulkanen die het eiland vormgeven te beklimmen, maar niet veel verder gekomen dan 1000 van de 1610 meter. De aanhoudende regenval en stevige rukwinden maakten de top nagenoeg onbereikbaar, want met een stijgingspercentage van gemiddeld 30% kun je je geen glijpartijen veroorloven. De dichte bewolking op deze hoogte ontnam bovendien het uitzicht waarop ik me had verheugd. Ach ja, de tocht door de jungle aan de voet van de vulkaan was eigenlijk al de moeite waard, want de brulapen lieten weer luid en duidelijk van zich horen.

Vandaag mijn spullen gepakt om een ander deel van het eiland te bezoeken. En het bleek opnieuw niet zo eenvoudig om de plek die ik voor ogen had te bereiken. Het eerste deel van de weg met de bus afgelegd en uitgestapt bij een kruispunt waar een landweg toegang biedt tot het gebied rondom de tweede, wat kleinere vulkaan. Al gauw werd me een ritje aangeboden in de achterbak van een pick-up, waar ik erg blij mee was, aangezien de bus die dit meer afgelegen gedeelte van het eiland bedient volgens een nogal wispelturig rooster rijdt (if at all!). Na een minuut of twintig stevig door elkaar geschud te zijn, word ik wederom bij een splitsing van wegen afgezet. Tot mijn verbazing is de kruising voorzien van een verkeersbord, waarop staat aangegeven dat mijn bestemming 6,5 kilometer verderop ligt. Ik acht de kans dat ik op korte termijn nog een lift krijg aangeboden vrij klein en besluit het laatste stuk maar te voet af te leggen. Na ruim een uur onder de hete middagzon met volle bepakking gelopen te hebben, kom ik afgepeigerd aan bij hostel Caballito’s Mar. Al met al ben ik een halve dag zoet geweest met het afleggen van niet meer dan 30 kilometer. Phil Collins zou waarschijnlijk zeggen: That’s just the way it is…

Mooi stukje groen tijdens de afdaling van Vulkaan Concepcion



Avontuur

maandag 8 december 2008

Deze ochtend besluit ik een moutainbike te huren, om het eiland wat verder mee te verkennen. Ik informeer bij de receptie naar de verhuurmogelijkheden en word doorgestuurd naar het kantoortje van Gordo Tours, zo’n twee kilometer van het hotel vandaan. Als ik er aankom lijkt het schuurtje (want kantoor mag het niet heten) gesloten en ik loop wat rond in de omgeving om te kijken of er toch niet iemand in de buurt is. Dat blijkt inderdaad het geval, want even later word ik aangesproken door de buurman, die kennelijk ook voor de organisatie werkt, want hij haalt op mijn verzoek een fiets tevoorschijn en vraagt me om mijn legitimatie. Ik geef hem mijn rijbewijs en hij bestudeert het kaartje zorgvuldig, knikt kort en vraagt ook nog even waar ik van plan ben naartoe te gaan. Een rondje om de vulkaan, is mijn opgewekte antwoord, waarop hij in de lach schiet en me succes wenst. Is het ver dan? vraag ik om zijn reactie een beetje thuis te kunnen brengen. Bastante, zegt hij, en ik besluit het hoe dan ook te proberen, al is het maar om de man te laten zien dat Hollanders best een stukje kunnen fietsen. Al na een kilometer of twee begin ik mijn fiets te voelen, en dan vooral het plastic zadel, dat mijn (magere) zitvlees nogal op de proef stelt. Ook de versnellingen zijn volledig naar de mallemolen, waardoor ik feitelijk maar in 1 versnelling kan fietsen, gelukkig wel een goede om wat snelheid mee te maken. De geplaveide weg is redelijk te noemen, zonder al te veel kuilen en hobbels. Na twaalf kilometer verandert deze echter geheel onverwacht in een onverharde landweg, die ook nog eens stevig omhoog slingert, waardoor ik flink in de pedalen moet klimmen om niet helemaal stil te vallen. Onderweg vraag ik een paar keer aan voetgangers in welk dorpje ik verkeer of wat de naam is van het eerstvolgende gehucht, maar de rit wordt er niet lichter op, integendeel. Aan de noordkant van het eiland blijkt de weg namelijk behoorlijk te zijn verzand, wat het fietsen tot een slopend karwei maakt. Als op een gegeven moment blijkt dat ik me ook nog een paar kilometer heb verreden, heb ik er even geen zin meer in en besluit ik een stukje te lopen. Dat schiet natuurlijk ook niet op, dus toch maar weer in het zadel (of het zadel in mij) en de tanden stevig op elkaar drukken. Na zo’n twintig kilometer over deze hobbelige weg vol rosten, kuilen en mul zand, kom ik aan in Altagracia, qua grootte de tweede plaats van het eiland en een goede plek om even bij te tanken. Ik eet een sandwich en drink een waterige jus d’orange, waar mijn maag gelukkig geen probleem van maakt. Vanaf Altagracia is de weg weer verhard en daar is mijn achterwerk erg dankbaar voor. Ook werkt de wind nu een beetje mee en de gedachte dat ik al over de helft ben doet eveneens geen kwaad. Na vier uur fietsen heb ik de vulkaan van alle kanten gezien en daarmee het rondje rond gemaakt. De man van vanochtend is er niet meer, maar er zit nu wel iemand in het huisje om de fiets terug te nemen en met me af te rekenen. Ik voel me gesloopt, maar op een goede manier, want de pijn gaat gepaard met een triomfantelijk gevoel, het gevoel van de vulkaan te hebben gewonnen. En de vulkaan, die weet wel beter en straalt met heel haar wezen uit dat er uiteindelijk maar een de winnaar is.

Later in de middag, als ik weer wat ben bijgekomen van het geploeter op twee wielen, besluit ik het natuurreservaat Charco Verde te bezoeken. De ingang ligt vlakbij het hotel en ik verbaas me over een bord waarop staat geschreven dat vuurwapens niet zijn toegestaan in het reservaat. Vooruit dan maar, en ik betreed het gebied met enkel mijn fototoestel in de aanslag. Al gauw gaat het pad over in een soort mangrovebos waar het water behoorlijk hoog lijkt te staan. Ik sla mijn gids er nog eens op na en lees dat er op deze plek een brug zou moeten liggen. Op het eerste gezicht geen brug te bekennen, maar als ik nog eens goed kijk zie ik een halve meter onder het wateroppervlak de resten van wat ooit een brug geweest moet zijn. Tja, dan maar te water en ik maak mijn broekzakken leeg, voor de zekerheid. Geen slecht idee, want het water staat me al gauw tot mijn middel en ik baan me voorzichtig een weg over een bodem die is bedekt met worteltakken in alle soorten en maten. Na een meter of dertig sta ik weer op het droge en vervolg ik mijn weg in het natuurgebied. In mijn gids heb ik gelezen dat de zwarte brulaap hier ergens rondhangt en die moet ik natuurlijk zien te spotten. Ondertussen zie ik alleen maar een stel gieren die een dode vis aan het verschalken zijn en een stuk of wat andere vogels, die vast heel interessant zijn, maar niet als je op zoek bent naar de brulaap. Het pad splitst in tweeën en op goed geluk volg ik er een dat wat omhoog loopt in de richting van het meer. Na een paar honderd meter word ik verrast door een prachtig uitzicht over een baai waarin een klein eiland verborgen ligt, en ik geef het schilderachtige tafereel de volle laag met mijn camera. Het pad loopt uiteindelijk dood en ik keer terug om het andere weggetje in te slaan. Dat blijkt de betere keuze, want in de verte hoor ik iets wat verdacht veel klinkt als, jawel… gebrul! Ik sluip dichterbij en zie een stuk of vier apen hoog in een boom zitten, op hun dooie gemak. Ze hebben me heus wel in de gaten, maar aangezien ik een grote fan ben van apenliefhebster Jane Goodall dulden ze mijn aanwezigheid, schat ik zo in. Ik geniet van dit bijzondere moment, want het is voor mij de eerste keer dat ik apen in hun natuurlijke omgeving mag aanschouwen. Joehoe! En het mooiste is, dat er door het hoge water bij de ingang verder helemaal niemand te bekennen is in het gebied, wat maakt dat ik ongestoord en exclusief van het brulconcert kan genieten. Fantastisch. Als ik terugkom in het hotel raak ik aan de praat met een lokale gids, die me vertelt dat er behalve brulapen ook boa constrictors voorkomen in het reservaat, en ik ben blij dat ik die informatie nu pas krijg. Sommige dingen kun je maar beter niet weten, dat leeft een stuk ontspannender.

Zwarte Brulaap



Element

zondag 7 december 2008

Gisteren de oversteek naar Isla Ometepe gemaakt, een reusachtig eiland, midden in het meer van Nicaragua. Na aankomst meteen ingecheckt bij een hotel in de buurt van het haventje en vervolgens een rondje gelopen door het weinig aansprekende plaatsje Moyogalpa. Tijdens het avondeten aan de praat geraakt met een Canadees van Chinese afkomst die zichzelf Wayne noemt. Wayne is een computerguy, dus we hadden wel wat om over te kletsen, maar hij reist liever dan dat hij werkt en zo’n zes maanden in het jaar is hij druk bezig met het afwerken van zijn 100-landen-lijst. Wayne heeft zichzelf namelijk voorgenomen om in zijn leven maar liefst 100 verschillende landen te bezoeken, en met zijn bezoek aan Nicaragua heeft hij Zuid- en Centraal-Amerika zo’n beetje compleet. Oost-Europa is zijn volgende bestemming, want hij heeft wel wat met oud-communistische landen, vertrouwde hij me lachend toe. Als ik de volgende dag, vandaag dus, bij de bushalte aankom om verder het eiland in te trekken, kom ik Wayne weer tegen. Hij heeft naar aanleiding van ons gesprek gisteravond ook besloten om Charco Verde te bezoeken, een natuurgebied aan de zuidkant van het eiland. Dat komt niet slecht uit, want nu kunnen we de kosten van een taxi delen en de bus laten voor wat het is. Het door mij beoogde hotel zit helemaal vol en we worden doorgestuurd naar de buren, hotel Finca Venecia, een voormalige boerderij waar vroeger tabak werd verbouwd. Wayne is on a budget en ik mag ook best een beetje zuiniger aan doen na mijn toch wel dure uitstapjes in Granada, dus we besluiten een kamer te delen à 7 dollar 50 per persoon. Dat is helemaal niet verkeerd voor deze plek, die ik eigenlijk alleen maar kan omschrijven als paradijselijk. Om de boel een beetje te verkennen huur ik een kano en na een minuut of tien peddelen bevind ik me helemaal alleen in een inham van het meer, met vrij zicht op de vulkaan en aan alle kanten vogels die hun prachtige geluiden uitstoten. Het voelt heerlijk om hier te zijn, met alle elementen die de natuur te bieden heeft binnen handbereik. Het water dat mijn kano draagt, de wind om mijn oren, de aarde vol leven aan de overkant en het onzichtbare vuur in de vulkaan. Het is er allemaal en te midden van dit alles ben ik, en voor een moment is deze realiteit het meest overweldigende en natuurlijke tegelijkertijd, is alles precies wat het bedoeld is te zijn: niets meer of minder dan zichzelf.

Vulkaan Concepcion



Buitendagje

donderdag 4 december 2008

Vandaag lekker de eco-toerist uitgehangen. Vrij letterlijk trouwens, want ik heb me gewaagd aan een heuse Canopy-tour. Ik had er zelf nog nooit van gehoord, maar het schijnt een vrij populaire variant van het ouderwetse boompje-klimmen te zijn. Het idee is dat je van een platform (hoog in de boom) springt en je soepeltjes laat geleiden naar de volgende boom via een katrolsysteem. Het leuke van deze kabelbaan is dat je een beetje in de monkey-state-of-mind komt, want je zit immers op hetzelfde niveau te spelen. Ah ah oeh ah! De Canopy waarvoor ik had getekend (ook weer letterlijk) is aangebracht boven een koffieplantage, gelegen aan de voet van de vulkaan Mombacho. Maar ik moet toegeven, het duurde wel even voordat ik van het uitzicht kon genieten, want de eerste drie sprongen ben je toch vooral bezig met het in balans houden van je lijf en het tijdig remmen. Toen ik dat eenmaal onder de knie had voelde ik me een hele Tarzan en ik had het vantevoren niet gedacht, maar ik vond het echt jammer dat het na een boom of 10 alweer voorbij was. Nou ja, bijna dan, want het laatste platform diende voor de afwisseling verticaal verlaten te worden via een vrije abseil. Gewoon laten vallen dus en hopen dat de gids beneden gisteravond niet teveel Toña’s heeft gedronken en op tijd aan de rem trekt. (Toña is een onvervalst Nicaraguaans biertje, dat overigens prima smaakt, net als de rum trouwens; de kunst van het brouwen en stoken hebben ze wel begrepen hier, maar dit terzijde.) De gids was wakker, gelukkig.

De gids was wakker

In de middag heb ik met dezelfde organisatie een kayak-tocht gemaakt in de omgeving van de Isletas, 365 kleine eilandjes op steenworp afstand van Granada en de vulkaan. Zo zijn ze ook ontstaan, want een paar duizend jaar geleden heeft Mombacho ze tijdens een pittige uitbarsting in het meer van Nicaragua gesmeten. Het meer van Nicaragua, dat meer weg heeft van een zee trouwens, is ook het foerageergebied van de gevreesde Bullshark, zo heb ik me door de gids laten vertellen. Deze lelijke schrokop beschikt namelijk over het vermogen om zich aan zoet water aan te passen, en zwemt dus met gemak vanuit de Caraïbische zee de rivier op in de richting van het meer. Ik begon mijn kayak natuurlijk meteen te inspecteren op bijtsporen, maar ter geruststelling voegde de gids er nog aan toe dat het beest alleen in de diepere delen van het meer te vinden is. De Isletas zijn trouwens vooral interessant voor vogelaars, want er valt genoeg te spotten in het struikgewas. Al met al een fraaie afsluiting van een lekker buitendagje en de ondergaande zon leverde weer een paar mooie kiekjes op, waaronder deze twee:



Ontbijt

woensdag 3 december 2008

Het ontbijt van het hotel valt wat tegen (alleen koffie en fruit), dus ga ik deze ochtend op zoek naar het door mijn reisgids aanbevolen restaurant Kathy’s Waffles. Op de hoofdstraat word ik aangesproken door een jongeman die vriendelijk informeert naar mijn afkomst, kennis van het Spaans en een stuk of wat andere zaken. Ook komt hij er gauw achter dat ik een goede plek zoek om te ontbijten en dat ik niet van gallo pinto houd. Hij weet wel iets, zegt ie, en ik besluit hem te volgen zolang ik het idee heb dat we in de goede richting gaan. Twee straten verder staan we voor Kathy’s Waffles en zonder dat ik er om vraag komt mijn gids bij me aan tafel zitten. Even later begrijp ik waarom, want hij blijkt de eigenaresse Kathy te kennen en heeft haar zojuist een nieuwe klant bezorgd, wat hem een kop koffie oplevert. Ik vind het best, bestel pannenkoekjes en een jus d’orange, en hoor de verhalen aan van Roger (zo heet hij) over vanalles en nog wat. Even vrees ik dat ik de rest van de dag met hem zit opgescheept, dus vertel ik hem dat ik na het ontbijt wat informatie ga inwinnen over uitstapjes in de omgeving. Gelukkig heeft hij in de gaten dat ik dat op eigen houtje wens te doen en niet veel later zeggen we elkaar dan ook gedag. Het is het soort ontmoeting waar ik me altijd wat ongemakkelijk bij voel, en dan niet eens zo zeer omdat de motieven van de ander vaak moeilijk te peilen zijn. Dat het geen fijne gesprekken zijn komt vooral omdat de ongelijkheid van twee heel verschillende leefsituaties zo pijnlijk zichtbaar wordt. Roger is bijna even oud als ik, moet alleen voor een kindje zorgen en heeft weinig of geen kans op een fatsoenlijke baan wegens een gebrek aan opleiding. Natuurlijk, misschien had hij beter zijn best moeten doen op school en wat voorzichtiger moeten zijn met de liefde, maar dat is makkelijk gezegd vanuit mijn positie. Ik heb alle kansen gekregen om me te ontwikkelen en ben opgegroeid in een land dat tot op zekere hoogte goed zorgt voor zijn inwoners. Dat kun je van Nicaragua niet zeggen, en in aanwezigheid van een persoon als Roger wordt die vorm van ongelijkheid bijna tastbaar. En dat voelt toch niet helemaal okay.



Schouwspel

dinsdag 2 december 2008

Granada stelt niet teleur, zo op het eerste gezicht althans. Kleurrijke gebouwen in statige koloniale stijl, levendige maar niet te drukke straten en een imposante geelgeverfde kathedraal als stralend middelpunt van de stad. Op de achtergrond van dit alles ontwaar ik de contouren van Volcán Mombacho, een dode vulkaan die van oudsher als beschermer van de stad wordt gezien. Mijn zoektocht naar een geschikte verblijfplaats voor de komende dagen levert uiteindelijk een fraaie hotelkamer op inclusief warm stromend water, een luxe waar ik al een tijdje erg naar verlang. ’s Avonds stroomt de hoofdstraat van de stad vol met mensen die samendrommen rondom een draagbaar Mariabeeld, dat met felle lampen wordt aangestraald en mede daardoor een wat kitscherige indruk maakt. Het merendeel van de aanwezigen laat zich trouwens weinig gelegen liggen aan deze religieuze vertoning, want het is bovenal een feestelijk gebeuren met veel muziek, gelal en geschal. Bij navraag blijkt het om een soort kettingprocessie te gaan, waarbij het beeld in negen dagen negen straten in diverse steden aandoet om vereerd te worden. Dat maakt deze stad voor mij nou leuk, want hoewel de Spanjaarden hun hielen al een hele poos geleden hebben gelicht, zijn ze overduidelijk nog altijd aanwezig in de huizen en tradities zoals je die vandaag de dag hier aantreft. Of de Nicaraguanen daar blij mee moeten zijn is een tweede, maar ik geniet in elk geval van het schouwspel dat Granada heet.

Hieronder enkele fotografische indrukken.



Verder

maandag 1 december 2008

Gisteren heb ik afscheid genomen van Rama. Van de mensen die ik er heb ontmoet in de afgelopen twee maanden en van de omgeving. Met het laatste had ik een stuk minder moeite dan het eerste. Merkwaardig toch hoe snel je gehecht kan raken aan personen die tot voor kort volstrekte vreemden waren. Wat de omgeving betreft, die begon me de laatste tijd wel wat te benauwen, dus tijd om verder te trekken. Waar naartoe? Eerst naar Masaya, een rustig stadje net even ten zuiden van de hoofdstad Managua. Van hieruit ben ik vandaag opnieuw naar Managua gereisd, vanwege een bespreking op het ministerie van educatie over de voortgang van het Xo-project in Rama. De vergadering verliep voorspoedig, al was degene met wie we eigenlijk hadden afgesproken verhinderd en moesten we genoegen nemen met een plaatsvervanger. Wat in elk geval goed was om te horen, was dat het ministerie het nut inziet van de Xo en ook bereid is om na te denken over een zinvolle implementatie van het apparaat. Ook werd bevestigd dat de 3000 Xo’s die aan de overheid van Nicaragua zijn geschonken door een Mexicaans telecombedrijf inmiddels zijn toegewezen aan een stuk of 200 basisscholen in het land. De vraag is of 15 Xo’s per school veel zoden aan de dijk zet, maar het is in elk geval een begin en de interesse van het ministerie is gewekt. In Rama overigens, wil de Stedenband volgend schooljaar (februari 2009) van start gaan met 80 Xo’s voor de school waarvan de docenten het pilot-programma hebben gevolgd. Via een roulatie-systeem kunnen met dit aantal meerdere klassen tegelijkertijd en vaker dan eens per week aan de slag met de laptop. Hopelijk leidt deze aanpak tot een geslaagde toepassing van de Xo als volwaardig onderwijsinstrument en gaat Rama als lichtend voorbeeld dienen voor de rest van Nicaragua. Ik heb er vertrouwen in, maar de praktijk moet het uitwijzen en die is en blijft weerbarstig, zeker in dit land. Goed, tijd nu om het project even te laten voor wat het is en verder te kijken, letterlijk in dit geval, want morgen neem ik de bus naar Granada. Deze oude koloniale stad schijnt een zekere allure te bezitten, en daar hou ik wel van, dus dat komt goed uit. De komende drie dagen ben ik er te vinden en daarna zien we wel weer verder. Een mooi begin van mijn vakantie lijkt me.



Ritje

donderdag 6 november 2008

Vannacht heb ik weinig geslapen, want het huis waar Oniel en ik onderdak hebben gevonden is nogal gehorig. Het was eigenlijk niet de bedoeling om de nacht door te brengen in Managua, maar omdat we nog wat inkopen moesten doen voor de Xo’s (15 muizen, geheugenkaartjes, etc.) hebben we de laatste bus naar Rama niet meer gehaald. In het huis woont een familie waarvan de oudste zoon bevriend is met Oniel, en om die reden zijn we er gisteravond gastvrij ontvangen. Deze mensen behoren duidelijk niet tot de rijken van Managua, want hun onderkomen is eigenlijk niet veel meer dan een grote schuur met stenen tussenmuurtjes. Het dak is gemaakt van golfplaten en op de kale betonnen vloer ligt geen vloerbedekking. Maar ik heb al erger gezien in Managua en ik vermoed dat dit gezin er relatief goed vanaf komt in deze stad van extremen waar luxe winkelcentra de veilige haven voor de elite vormen en de vele achterbuurten broedplaatsen van geweld en verderf zijn. Opvallend is ook nu weer de vriendelijkheid waarmee we worden behandeld en de familie maakt ondanks de beperkte leefomstandigheden een tevreden en gelukkige indruk. Na een kopje koffie met wat koekjes en het nodige geklets nemen Oniel en ik een taxi naar het busstation. Het blijkt dat de snelle (5 uur!) lijndienst pas weer vanavond zal rijden en dus kiezen we voor het langzame alternatief, een gammele streekbus die in nagenoeg elk gehucht langs de weg naar Rama halt houdt om mensen in en uit te laten stappen. Het is niet alleen de reistijd van ruim zeven uur die deze rit tot een fysieke en mentale uitputtingsslag maakt, want er zijn nog wat andere dingen die bijdragen aan het algehele ongemak. Zo is er om te beginnen nauwelijks ruimte om je benen weg te stoppen, en al helemaal niet voor personen met onnicaraguaanse lengtematen. Het gevoel geen kant op te kunnen wordt nog eens bevestigd door de aanhoudende drukte in de bus, die tot in de kleinste hoekjes gevuld is met mensen, dieren (hanen in dit geval) en grote bagagestukken. De enkele kleine schuifraampjes die open kunnen leveren net genoeg zuurstof om de hele dekselse bende in leven te houden en om het ritje wat gezelliger te maken wordt er non-stop harde muziek geperst door de krakende speakerset. En dan vergeet ik nog bijna te vermelden dat om de haverklap een hele stoet van verkopers door de bus trekt om met luide stem hun (etens)waar aan te prijzen. Onder hen ook enkele kwakzalvers, die met een serieus gezicht een potje pillen tot wondermiddel bestempelen, waar ik dan wel weer om moet lachen. Kortom, opnieuw een hele ervaring en als we dan eindelijk Rama binnenhobbelen moet Oniel me zowat van mijn stoel aftrekken omdat ik integraal zit vastgekoekt aan de kleffe bekleding ervan. Heerlijk zo’n ritje, doe mij er nog maar een.