Deze ochtend besluit ik een moutainbike te huren, om het eiland wat verder mee te verkennen. Ik informeer bij de receptie naar de verhuurmogelijkheden en word doorgestuurd naar het kantoortje van Gordo Tours, zo’n twee kilometer van het hotel vandaan. Als ik er aankom lijkt het schuurtje (want kantoor mag het niet heten) gesloten en ik loop wat rond in de omgeving om te kijken of er toch niet iemand in de buurt is. Dat blijkt inderdaad het geval, want even later word ik aangesproken door de buurman, die kennelijk ook voor de organisatie werkt, want hij haalt op mijn verzoek een fiets tevoorschijn en vraagt me om mijn legitimatie. Ik geef hem mijn rijbewijs en hij bestudeert het kaartje zorgvuldig, knikt kort en vraagt ook nog even waar ik van plan ben naartoe te gaan. Een rondje om de vulkaan, is mijn opgewekte antwoord, waarop hij in de lach schiet en me succes wenst. Is het ver dan? vraag ik om zijn reactie een beetje thuis te kunnen brengen. Bastante, zegt hij, en ik besluit het hoe dan ook te proberen, al is het maar om de man te laten zien dat Hollanders best een stukje kunnen fietsen. Al na een kilometer of twee begin ik mijn fiets te voelen, en dan vooral het plastic zadel, dat mijn (magere) zitvlees nogal op de proef stelt. Ook de versnellingen zijn volledig naar de mallemolen, waardoor ik feitelijk maar in 1 versnelling kan fietsen, gelukkig wel een goede om wat snelheid mee te maken. De geplaveide weg is redelijk te noemen, zonder al te veel kuilen en hobbels. Na twaalf kilometer verandert deze echter geheel onverwacht in een onverharde landweg, die ook nog eens stevig omhoog slingert, waardoor ik flink in de pedalen moet klimmen om niet helemaal stil te vallen. Onderweg vraag ik een paar keer aan voetgangers in welk dorpje ik verkeer of wat de naam is van het eerstvolgende gehucht, maar de rit wordt er niet lichter op, integendeel. Aan de noordkant van het eiland blijkt de weg namelijk behoorlijk te zijn verzand, wat het fietsen tot een slopend karwei maakt. Als op een gegeven moment blijkt dat ik me ook nog een paar kilometer heb verreden, heb ik er even geen zin meer in en besluit ik een stukje te lopen. Dat schiet natuurlijk ook niet op, dus toch maar weer in het zadel (of het zadel in mij) en de tanden stevig op elkaar drukken. Na zo’n twintig kilometer over deze hobbelige weg vol rosten, kuilen en mul zand, kom ik aan in Altagracia, qua grootte de tweede plaats van het eiland en een goede plek om even bij te tanken. Ik eet een sandwich en drink een waterige jus d’orange, waar mijn maag gelukkig geen probleem van maakt. Vanaf Altagracia is de weg weer verhard en daar is mijn achterwerk erg dankbaar voor. Ook werkt de wind nu een beetje mee en de gedachte dat ik al over de helft ben doet eveneens geen kwaad. Na vier uur fietsen heb ik de vulkaan van alle kanten gezien en daarmee het rondje rond gemaakt. De man van vanochtend is er niet meer, maar er zit nu wel iemand in het huisje om de fiets terug te nemen en met me af te rekenen. Ik voel me gesloopt, maar op een goede manier, want de pijn gaat gepaard met een triomfantelijk gevoel, het gevoel van de vulkaan te hebben gewonnen. En de vulkaan, die weet wel beter en straalt met heel haar wezen uit dat er uiteindelijk maar een de winnaar is.
Later in de middag, als ik weer wat ben bijgekomen van het geploeter op twee wielen, besluit ik het natuurreservaat Charco Verde te bezoeken. De ingang ligt vlakbij het hotel en ik verbaas me over een bord waarop staat geschreven dat vuurwapens niet zijn toegestaan in het reservaat. Vooruit dan maar, en ik betreed het gebied met enkel mijn fototoestel in de aanslag. Al gauw gaat het pad over in een soort mangrovebos waar het water behoorlijk hoog lijkt te staan. Ik sla mijn gids er nog eens op na en lees dat er op deze plek een brug zou moeten liggen. Op het eerste gezicht geen brug te bekennen, maar als ik nog eens goed kijk zie ik een halve meter onder het wateroppervlak de resten van wat ooit een brug geweest moet zijn. Tja, dan maar te water en ik maak mijn broekzakken leeg, voor de zekerheid. Geen slecht idee, want het water staat me al gauw tot mijn middel en ik baan me voorzichtig een weg over een bodem die is bedekt met worteltakken in alle soorten en maten. Na een meter of dertig sta ik weer op het droge en vervolg ik mijn weg in het natuurgebied. In mijn gids heb ik gelezen dat de zwarte brulaap hier ergens rondhangt en die moet ik natuurlijk zien te spotten. Ondertussen zie ik alleen maar een stel gieren die een dode vis aan het verschalken zijn en een stuk of wat andere vogels, die vast heel interessant zijn, maar niet als je op zoek bent naar de brulaap. Het pad splitst in tweeën en op goed geluk volg ik er een dat wat omhoog loopt in de richting van het meer. Na een paar honderd meter word ik verrast door een prachtig uitzicht over een baai waarin een klein eiland verborgen ligt, en ik geef het schilderachtige tafereel de volle laag met mijn camera. Het pad loopt uiteindelijk dood en ik keer terug om het andere weggetje in te slaan. Dat blijkt de betere keuze, want in de verte hoor ik iets wat verdacht veel klinkt als, jawel… gebrul! Ik sluip dichterbij en zie een stuk of vier apen hoog in een boom zitten, op hun dooie gemak. Ze hebben me heus wel in de gaten, maar aangezien ik een grote fan ben van apenliefhebster Jane Goodall dulden ze mijn aanwezigheid, schat ik zo in. Ik geniet van dit bijzondere moment, want het is voor mij de eerste keer dat ik apen in hun natuurlijke omgeving mag aanschouwen. Joehoe! En het mooiste is, dat er door het hoge water bij de ingang verder helemaal niemand te bekennen is in het gebied, wat maakt dat ik ongestoord en exclusief van het brulconcert kan genieten. Fantastisch. Als ik terugkom in het hotel raak ik aan de praat met een lokale gids, die me vertelt dat er behalve brulapen ook boa constrictors voorkomen in het reservaat, en ik ben blij dat ik die informatie nu pas krijg. Sommige dingen kun je maar beter niet weten, dat leeft een stuk ontspannender.
