Xo-files: closed
woensdag 5 november 2008Na aankomst in Managua nemen Oniel en ik een taxi naar het kantoor van het LBSNN, de overkoepelende organisatie waaronder alle Nederlandse stedenbanden met Nicaragua vallen. We worden vriendelijk onthaald door coördinatrice Nel, die na twaalf jaar werken in Nicaragua nog altijd een oer-Hollandse indruk maakt met haar lange gestalte en grijze piekhaar. Ook in haar Spaans klinkt haar afkomst door, wat het voor mij meteen een stuk verstaanbaarder maakt, zelfs als ik het niet begrijp. Ze vraagt me hoe het me hier bevalt en ik vertel haar dat ik soms wat moeite heb met de voor mij ondoorgrondelijke procedures van met name officiële instanties. Ze glimlacht alsof ze berusting heeft gevonden in de Nicaraguaanse loop der dingen, hoe traag en frustrerend ook, en zegt geheel in overeenstemming met haar uitstraling dat ze de klappen van de zweep ondertussen wel kent. Ik ben mijn Westerse ongeduld in elk geval nog lang niet kwijt, want als Oniel na een half uur nog steeds druk aan de praat is met verschillende medewerkers, begin ik me al geërgerd af te vragen waarom het hier nu ook weer zo lang moet duren? Na een goede drie kwartier zitten we in de volgende taxi op weg naar de bank om het geld voor de importheffing af te halen. Als we stil staan voor een stoplicht zie ik hoe een krantenjongen zichzelf een weg baant door het drukke verkeer en wanneer hij dichterbij komt lees ik OBAMA PRESIDENTE in vette kapitalen. Het voelt bevreemdend om dit wereldnieuws op deze ouderwetse manier onder ogen te krijgen, maar de boodschap is er niet minder krachtig om, integendeel, het staat immers zwart op wit. Bij de bank blijkt dat de cheque die op naam van Oniel is uitgeschreven niet door hem geïnd kan worden omdat zijn tweede voornaam (Oniel) is gebruikt in plaats van de eerste (William). De oplossing die wordt geboden is even eenvoudig als onbegrijpelijk: vraag aan een willekeurige persoon om de cheque namens jou te innen en het is in orde. Oniel spreekt snel een van de wachtende klanten aan en dankzij de medewerking van deze volstrekte vreemde kunnen we niet veel later eindelijk op weg naar de douane. Daar blijkt dat de dollars die we zojuist met veel moeite uit de bank hebben gehaald niets waard zijn, want de douane accepteert alleen cordoba’s, de Nicaraguaanse munteenheid. Opnieuw de taxi in dus om bij de dichtstbijzijnde bank het geld te wisselen en weer terug naar het vliegveld om het nog maar eens te proberen bij de douane. Deze keer met meer succes, want na betaling en niet veel langer dan een half uur wachten komt een forse doos uit het magazijn gerold die bij nadere inspectie 15 kleinere doosjes blijkt te bevatten. Ik kan het bijna niet geloven, ben zo blij als een kind en verlies de lading geen seconde meer uit het oog. De volgende foto’s zijn daar het bewijs van.


