Archief van categorie ‘Xo’

Ritje

donderdag 6 november 2008

Vannacht heb ik weinig geslapen, want het huis waar Oniel en ik onderdak hebben gevonden is nogal gehorig. Het was eigenlijk niet de bedoeling om de nacht door te brengen in Managua, maar omdat we nog wat inkopen moesten doen voor de Xo’s (15 muizen, geheugenkaartjes, etc.) hebben we de laatste bus naar Rama niet meer gehaald. In het huis woont een familie waarvan de oudste zoon bevriend is met Oniel, en om die reden zijn we er gisteravond gastvrij ontvangen. Deze mensen behoren duidelijk niet tot de rijken van Managua, want hun onderkomen is eigenlijk niet veel meer dan een grote schuur met stenen tussenmuurtjes. Het dak is gemaakt van golfplaten en op de kale betonnen vloer ligt geen vloerbedekking. Maar ik heb al erger gezien in Managua en ik vermoed dat dit gezin er relatief goed vanaf komt in deze stad van extremen waar luxe winkelcentra de veilige haven voor de elite vormen en de vele achterbuurten broedplaatsen van geweld en verderf zijn. Opvallend is ook nu weer de vriendelijkheid waarmee we worden behandeld en de familie maakt ondanks de beperkte leefomstandigheden een tevreden en gelukkige indruk. Na een kopje koffie met wat koekjes en het nodige geklets nemen Oniel en ik een taxi naar het busstation. Het blijkt dat de snelle (5 uur!) lijndienst pas weer vanavond zal rijden en dus kiezen we voor het langzame alternatief, een gammele streekbus die in nagenoeg elk gehucht langs de weg naar Rama halt houdt om mensen in en uit te laten stappen. Het is niet alleen de reistijd van ruim zeven uur die deze rit tot een fysieke en mentale uitputtingsslag maakt, want er zijn nog wat andere dingen die bijdragen aan het algehele ongemak. Zo is er om te beginnen nauwelijks ruimte om je benen weg te stoppen, en al helemaal niet voor personen met onnicaraguaanse lengtematen. Het gevoel geen kant op te kunnen wordt nog eens bevestigd door de aanhoudende drukte in de bus, die tot in de kleinste hoekjes gevuld is met mensen, dieren (hanen in dit geval) en grote bagagestukken. De enkele kleine schuifraampjes die open kunnen leveren net genoeg zuurstof om de hele dekselse bende in leven te houden en om het ritje wat gezelliger te maken wordt er non-stop harde muziek geperst door de krakende speakerset. En dan vergeet ik nog bijna te vermelden dat om de haverklap een hele stoet van verkopers door de bus trekt om met luide stem hun (etens)waar aan te prijzen. Onder hen ook enkele kwakzalvers, die met een serieus gezicht een potje pillen tot wondermiddel bestempelen, waar ik dan wel weer om moet lachen. Kortom, opnieuw een hele ervaring en als we dan eindelijk Rama binnenhobbelen moet Oniel me zowat van mijn stoel aftrekken omdat ik integraal zit vastgekoekt aan de kleffe bekleding ervan. Heerlijk zo’n ritje, doe mij er nog maar een.



Xo-files: closed

woensdag 5 november 2008

Na aankomst in Managua nemen Oniel en ik een taxi naar het kantoor van het LBSNN, de overkoepelende organisatie waaronder alle Nederlandse stedenbanden met Nicaragua vallen. We worden vriendelijk onthaald door coördinatrice Nel, die na twaalf jaar werken in Nicaragua nog altijd een oer-Hollandse indruk maakt met haar lange gestalte en grijze piekhaar. Ook in haar Spaans klinkt haar afkomst door, wat het voor mij meteen een stuk verstaanbaarder maakt, zelfs als ik het niet begrijp. Ze vraagt me hoe het me hier bevalt en ik vertel haar dat ik soms wat moeite heb met de voor mij ondoorgrondelijke procedures van met name officiële instanties. Ze glimlacht alsof ze berusting heeft gevonden in de Nicaraguaanse loop der dingen, hoe traag en frustrerend ook, en zegt geheel in overeenstemming met haar uitstraling dat ze de klappen van de zweep ondertussen wel kent. Ik ben mijn Westerse ongeduld in elk geval nog lang niet kwijt, want als Oniel na een half uur nog steeds druk aan de praat is met verschillende medewerkers, begin ik me al geërgerd af te vragen waarom het hier nu ook weer zo lang moet duren? Na een goede drie kwartier zitten we in de volgende taxi op weg naar de bank om het geld voor de importheffing af te halen. Als we stil staan voor een stoplicht zie ik hoe een krantenjongen zichzelf een weg baant door het drukke verkeer en wanneer hij dichterbij komt lees ik OBAMA PRESIDENTE in vette kapitalen. Het voelt bevreemdend om dit wereldnieuws op deze ouderwetse manier onder ogen te krijgen, maar de boodschap is er niet minder krachtig om, integendeel, het staat immers zwart op wit. Bij de bank blijkt dat de cheque die op naam van Oniel is uitgeschreven niet door hem geïnd kan worden omdat zijn tweede voornaam (Oniel) is gebruikt in plaats van de eerste (William). De oplossing die wordt geboden is even eenvoudig als onbegrijpelijk: vraag aan een willekeurige persoon om de cheque namens jou te innen en het is in orde. Oniel spreekt snel een van de wachtende klanten aan en dankzij de medewerking van deze volstrekte vreemde kunnen we niet veel later eindelijk op weg naar de douane. Daar blijkt dat de dollars die we zojuist met veel moeite uit de bank hebben gehaald niets waard zijn, want de douane accepteert alleen cordoba’s, de Nicaraguaanse munteenheid. Opnieuw de taxi in dus om bij de dichtstbijzijnde bank het geld te wisselen en weer terug naar het vliegveld om het nog maar eens te proberen bij de douane. Deze keer met meer succes, want na betaling en niet veel langer dan een half uur wachten komt een forse doos uit het magazijn gerold die bij nadere inspectie 15 kleinere doosjes blijkt te bevatten. Ik kan het bijna niet geloven, ben zo blij als een kind en verlies de lading geen seconde meer uit het oog. De volgende foto’s zijn daar het bewijs van.



Change of scenery

dinsdag 4 november 2008

De dag begint met ontmoedigend nieuws: het geld om de importheffing van de xo’s mee te betalen is nog altijd niet beschikbaar en dat betekent dat het geen zin heeft om morgen naar Managua te gaan. Wat het nieuws nog slechter maakt is het gegeven dat overmorgen de verkiezingen voor de nieuwe burgemeester van Managua plaatsvinden en veel officiële instanties, waaronder de douane, dan gesloten worden voor de rest van de week. Het is de zoveelste tegenslag in het moeizame proces om de xo’s naar Rama te halen en even bekruipt me het gevoel om meteen maar mijn koffers te gaan pakken. Juist op dat moment word ik geskyped door mijn lieve vriendin en kan ik bij haar mijn frustratie kwijt over de hele gang van zaken. Zoals wel vaker weet ze me ook nu weer wat moed in te praten en mijn slechte stemming klaart een beetje op. Later op de dag ontvang ik tegen mijn verwachting in het bericht dat de douanekosten inmiddels wel volledig gedekt zijn en de glimlach van Oniel zegt me genoeg: We gaan naar Managua, en wel met de vroegste bus die morgenochtend uit Rama zal vertrekken. Ik spreek met Oniel af dat hij me om kwart voor drie in de nacht komt ophalen en verheug me ondanks dit barre tijdstip op het reisje naar de hoofdstad. Na een maand in het dorpse Rama te hebben rondgehangen verlang ik naar een change of scenery, al zal ik daar in de nachtbus waarschijnlijk niet zo veel van meekrijgen. Toch wel jammer, want tot nu toe heb ik het land steeds in volstrekte duisternis doorkruist en Nicaragua blijft daardoor een beetje een terra incognita voor me. Het is alsof de duistere plekken op de landkaart maar niet willen opklaren en ook morgen zal ik waarschijnlijk pas weer het daglicht zien als we Managua binnen rijden. Al is het alleen maar omdat Oniel me tegen die tijd weer wakker zal schudden, vermoed ik zo.



Verademing

woensdag 29 oktober 2008

Vandaag ga ik samen met Oniel op pad om de vorderingen van een plattelandsschooltje in aanbouw te bekijken. Een welkome onderbreking van het wachten op de Xo’s, die ook deze week waarschijnlijk nog in Managua blijven staan vanwege een incomplete papierwinkel (?!). Als ik het huis van Oniel nader zie ik tot mijn verrassing dat er een motorfiets voor zijn deur staat geparkeerd en ik vraag hem waar hij het apparaat vandaan heeft gehaald. Het blijkt dat de gemeente Rama speciaal voor dit soort gelegenheden motoren ter beschikking stelt aan organisaties als de Stedenband. ¡Que bueno! Oniel weet het ding met een paar trappen aan de praat te krijgen en een beetje onwennig neem ik plaats achterop de ronkende motorfiets. Na een korte stop bij het tankstation rijden we door naar een oversteekplaats aan de rivier en met hulp van een paar bootjongens hijsen we het loodzware ding in een van de smalle schuitjes. De weg aan de overkant is al snel niet meer geasfalteerd en ik geniet als we met flinke vaart een hobbelige landweg bestormen om de benauwde stad voor het weelderige groen te verruilen. Het voelt als een verademing om het landschap op deze luchtige manier te doorkruisen en ik baal dan ook een beetje als Oniel na een half uurtje crossen de motorfiets aan de kant zet omdat we de bouwplaats hebben bereikt. Tot mijn verbazing tref ik bij het schooltje in wording mijn buren aan, een gezin bestaande uit vader, moeder, twee jongens en twee meiden, die gezamenlijk de uitvoering van het project op zich hebben genomen. Ik weet toevallig dat de leden van de familie getuigen van Jehova zijn en ik vraag aan Oniel of het werk dat ze hier verrichten vrijwilligerswerk is in het kader van hun overtuiging. Dat blijkt niet het geval te zijn, want de vader is parttime bouwvakker en heeft voor deze klus gewoon zijn gezin meegenomen om hem te helpen. Ik realiseer me dat een dergelijke situatie in Nederland eigenlijk ondenkbaar is, al is het alleen maar omdat de meeste Hollandse kinderen nog te beroerd zijn om het gras te maaien, laat staan een heel schooltje uit de grond te stampen. En hoewel mijn buurjongens misschien ook liever achter een playstation zouden zitten, heb ik toch de indruk dat ze er samen iets moois van proberen te maken en de hechtheid van het gezin lijkt door hun handen heen zichtbaar te worden in het bouwwerk. Misschien romantiseer ik de situatie nu te zeer, maar ik voel wel dat de sterke harmonie waarin deze mensen samen leven en werken meer waard is dan wat veel westerse families aan schijngeluk kunnen kopen.



The digital gap

dinsdag 28 oktober 2008

Voor een westerse jongen zoals ik is het de normaalste zaak van de wereld om te pas en te onpas je laptop tevoorschijn te halen en op het gemak wat rond te surfen of een muziekje te luisteren. Bijna niemand die daar thuis nog raar van opkijkt. In Rama daarentegen eist zo’n apparaat de nodige aandacht op, en dan vooral van jonge kinderen, die soms wel vijf minuten aan een stuk bij het raam van het kantoortje blijven staan om geobsedeerd naar mijn beeldscherm te staren. Ik ben ondertussen wel gewend aan deze nieuwsgierige Aagjes, die trouwens in aantal lijken te verdubbelen als toevallig ook nog de Xo op mijn bureau staat te glimmen. De volwassenen zijn wat terughoudender in hun belangstelling voor glossy apparatuur, maar de meeste willen vroeg of laat toch een antwoord op de vraag wat zo’n ding nu eigenlijk kost in Nederland. Hoewel het naar Hollandse maatstaven een goedkoop gevalletje is, moet de gemiddelde Ramanees hier ongeveer 100 uur arbeid verrichten om zich een hebbeding van 400 euro te kunnen veroorloven (zo heb ik me laten vertellen). En door de hoge importheffingen van de douanemaffia (daar zijn ze weer) kost zo’n laptop hier ook nog eens gauw een paar honderd dollar meer dan in Europa. Kortom, de nieuwste high-tech speeltjes zijn voor het gros van de Nicaraguanen in het geheel niet weggelegd. Ik vraag me dan ook weleens af wat de introductie van de Xo betekent voor de kinderen die er volgend jaar vrolijk mee worden uitgerust. Het gaat namelijk om een kleine, en dus bevoorrechte groep, waaruit onvermijdelijk volgt dat de meerderheid van de Ramanese schoolkinderen het ook in 2009 moet zien te stellen zonder elektronische leeromgeving in pocketformaat. Dat is natuurlijk geen reden om er dan maar helemaal vanaf te zien, al wordt zo op kleine schaal wel zichtbaar wat zich al een aantal decennia op een meer mondiaal niveau manifesteert als “The Digital Gap” of de kloof tussen de digitale haves en de dont-haves. Het valt te hopen dat de Xo op micro-niveau niet een nieuwe subvariant van deze technologische ongelijkheid veroorzaakt, maar juist bijdraagt aan een meer evenwichtige verspreiding en ontwikkeling van digitale know-how. Een groot voordeel is in elk geval dat het project zich richt op kinderen, aangezien zij doorgaans meer dan hun volwassen soortgenoten geneigd zijn om de door hen verworven kennis belangeloos met andere te delen.



The story continues

maandag 27 oktober 2008

Nu de Xo’s binnen handbereik zijn kan ik bijna niet wachten om ze af te halen in Managua. Toch is dat precies wat ik vandaag en in elk geval morgen ook nog zal moeten doen. Wat is er aan de hand? Het blijkt dat de procedure om vrijstelling van importheffing te verkrijgen bij de douane minstens een maand in beslag gaat nemen. Pardon?! Je zou toch haast het idee krijgen in een bananenrepubliek te verblijven. Oh maar wacht even, Nicaragua is een republiek en er groeien hier verdacht veel bananenplanten in het wild, dus ja, what was I thinking? Nu, voor het pilot-programma is een maand uitstel geen optie en voor mijn geestelijke gezondheid al helemaal niet, wat betekent dat er iets anders geregeld moet worden. De weg van de minste weerstand is het betalen van de importheffing en de kans is vrij groot dat het daar al met al op uitdraait. Toch is er nog een sprankje hoop dat er geïntervenieerd gaat worden door een hogere instantie, in dit geval het ministerie van onderwijs, om de Xo’s uit de gretige klauwen van de douane te bevrijden. Oniel zal morgen een laatste poging doen om (telefonisch) door te dringen tot de bovenste regionen van de logge onderwijsmachine die Mined (Ministerio de Educacion) heet en wie weet levert het alsnog een vrijbrief op. Zo niet, dan gaan we woensdag naar Managua om met tegenzin het smeergeld in te lossen en de Xo’s eigenhandig naar hun finale bestemming El Rama te leiden. Voor Oniel is deze Nicaraguaanse gang van zaken uiteraard gesneden koek, maar als buitenstaander vind ik het toch maar moeilijk te verteren dat een educatieve hulpzending (hoe klein dan ook) niet meteen een high priority sticker opgeplakt krijgt. Een land dat onder Sandinistische vlag zo hoog opgeeft van onderwijs zou toch eigenlijk beter moeten weten en handelen…



Hemingway

dinsdag 21 oktober 2008

Goed nieuws! De Xo’s zijn onderweg, althans zo is vandaag officieel door OLPC (One Laptop per Child) bevestigd. Minder goed nieuws: ze hebben de verkeerde stekkers bij de zending gedaan, namelijk die van het Europese type, terwijl in Nicaragua het Amerikaanse model stekker wordt gebruikt. Okay, geen doodzonde, maar het typeert de organisatie wel een beetje, of misschien hebben we gewoon te maken met een klassiek schoolvoorbeeld van Murphy’s Law. Het zal mij benieuwen of ik over een dag of twee inderdaad naar Managua kan afreizen om mijn groene vriendjes af te halen, of dat er onverhoopt toch nog iets tussen gaat komen, een orkaan of zo.

Ik weet niet of het door het gedoe met de Xo’s komt, met het klimaat te maken heeft of met mijn aanhoudende verkoudheid, maar de laatste dagen is de rek er wel een beetje uit gegaan. Begrijp me niet verkeerd, ik hou me best wel staande en zorg ook nog altijd dat ik regelmatig eet en af en toe een scheerbeurt neem, maar het voelt allemaal wat minder sprankelend en uitdagend als in het begin van de reis. En ik weet wel dat dit soort periodes nou eenmaal horen bij een buitenlands verblijf voor langere tijd, maar ondanks dat besef kost het me behoorlijk wat energie om verder te kijken dan het huidige moment. Ik hoop dat met de komst van de Xo’s, ook mijn veerkracht weer wat terugkomt en ik de lol van deze hele onderneming kan hervinden. En ondertussen luister ik maar wat muziek en moet ik even slikken als het nummer Hemingway van Blof voorbij komt met het o zo melancholische (en tweetalige) refrein:

En de stem van de zee neemt me mee naar huis. Ik ben geen Hemingway.
El sonido del mar me devuelve a casa. No soy Hemingway.



Inschepen

maandag 20 oktober 2008

Als ik midden in de nacht wakker word heb ik het idee aangevallen te worden door iets groots en ik begin wild met mijn armen om me heen te slaan, totdat ik in de gaten heb dat het muskietennet over mijn gezicht ligt en dat het ding verder weinig kwaad in de zin heeft. Opgelucht trek ik het net weer recht en probeer nog wat te slapen. Ondertussen hoor ik dat de keuken wordt bezocht door een trippelend diertje, maar ik heb geen zin om de rattenvanger uit te gaan hangen, dus laat ik het beestje maar zijn gang gaan. Bovendien, zodra ik een voet buiten het bed zet schieten ze gewoonlijk meteen weg tussen de vele pannen en potten, om me vervolgens met hoge schrille kreetjes vrolijk uit te dagen. Ik heb wel wat beters te doen zou ik zo denken; nog een uurtje slapen bijvoorbeeld.

Wat later op de dag lees ik in een e-mail dat de verzending van de Xo’s alweer vertraging heeft opgelopen (wegens bureaucratisch geneuzel) en ik vraag me af hoeveel handtekeningen en stempels er precies benodigd zijn voor de mega-order van vijftien gifgroene mini-laptops. Een ander opzienbarend nieuwtje dat ik in dezelfde mail lees is dat er in september van dit jaar door Telmex (een Mexicaans telecombedrijf) niet minder dan 3000 Xo’s aan de regering van Nicaragua cadeau zijn gedaan. Waarschijnlijk als tegenprestatie voor het ‘verwerken’ van een stel afgedankte zendmasten vol zware metalen of zo. Maar wat doet het ertoe, as we speak liggen er ergens in een duister depot van het ministerie van educatie 3000 ondergestofte Xo’s te wachten op een jonge eigenaar en het enige wat er nu nog moet gebeuren is een paar handtekeningen en stempels zien te regelen. Ik denk dat ik me morgen laat inschepen op de traagste oceaantanker richting Europa, dan kom ik vast nog eerder aan dan die paar zielige laptops met eindbestemming El Rama.



Vamos a ver

donderdag 16 oktober 2008

Het einde van de tweede week nadert en ik heb nog altijd geen bericht ontvangen over de definitieve levering van de vijftien Xo’s voor het pilot-programma. Ook vandaag zit er geen bevestiging in mijn mailbox en lichtelijk teleurgesteld ga ik verder met het voorbereiden van mijn lesmateriaal. De gedachte dat de laptops veel te laat of zelfs nooit in Rama zullen aankomen dringt zich aan me op, maar ik weiger er aan toe te geven en concentreer me liever op het werk. Alsof Oniel kan raden wat er in me omgaat, vraagt hij plots of er nog nieuws is over de levering. Ik schud van nee en zeg hem dat ik nog een keer een mailtje zal sturen om navraag te doen. Even later valt Mayela het kantoortje binnen met de mededeling dat ze een nieuw onderkomen voor me heeft gevonden. Dat is goed nieuws, want aan het eind van deze maand zal Casa Marquesa weer worden opgeëist door de eigenaresse, die er een paar weken vakantie komt vieren. Hoewel het huis ondertussen al wat vertrouwder aanvoelt, vind ik het helemaal niet erg om binnenkort mijn muskietennet te moeten verhangen. Graag zelfs, al zal ik Gringo de waakhond wel een beetje gaan missen. Mayela vertelt me dat het nieuwe stekje een herberg betreft die deel uit maakt van de plaatselijke Universiteit en ik probeer me er tevergeefs een voorstelling van te maken. Het is zoals met alles hier in Rama: vamos a ver oftewel we zullen wel zien.



Crash

dinsdag 14 oktober 2008

Het design van de Xo, met zijn felle kleur groen en nieuwsgierig opgestoken oren (antennes), is voor de meeste kinderen ronduit onweerstaanbaar. Als ik na de middagpauze bij het kantoor van de Stedenband aankom staat Sturdee me al op te wachten. Gisteren heb ik de jongen even zijn gang laten gaan met de Xo, toen hij opeens naast me kwam zitten aan mijn bureau. Sturdee is het kleinkind van de bibliothecaresse van de Stedenband en voelt zich om die reden kennelijk vrij genoeg om onaangekondigd het kantoor binnen te wandelen. De Xo heeft gisteren duidelijk indruk op het ventje gemaakt, want vandaag vraagt hij me bijna smekend of die even met de kleine computer mag spelen. Ik vind het best, maar nier langer dan een uurtje, voeg ik er nog aan toe. Sturdee glundert als ik hem het apparaat overhandig en in een mum van tijd heeft hij behalve het internet, ook nog een doolhofspelletje en de tekstverwerker opgestart. Zijn kleine tengels vliegen over het toetsenbord en als ik even naast me kijk zie ik achtereenvolgens sites voorbij komen over Amerikaans worstelen, de voetbalgod Ronaldiño  en de Nicaraguaanse president Daniel Ortega. Goed, de jongen heeft in elk geval een breed interessegebied. Als hij vervolgens met de tekstverwerker aan de slag gaat en aardige zinnetjes typt over zijn nieuwe Nederlandse computervriendje, verbaas ik me over de vele spelfouten die hij maakt met woorden die zelfs ik nog goed zou schrijven in het Spaans. Ik vraag hem hoe oud hij is, waarop hij twaalf antwoordt en tegelijkertijd het getal met zijn vingers laat zien. Ik knik en vraag me ondertussen af of het taalniveau van zijn klasgenoten eveneens zo laag is, of dat Sturdee op dit gebied een beetje achter is gebleven? Niet echt een leuke vraag om aan zijn oma te stellen natuurlijk, en ik besluit het ook maar niet te doen. Trouwens ook omdat mijn eigen (locale) taalachterstand de genuanceerde formulering van een dergelijke vraag wat moeilijk maakt. Na een tijdje tikt hij me op mijn schouder en wijst gniffelend het woord VAGINA aan op het beeldscherm. Ik zie dat hij op YouTube een filmpje heeft gevonden met de aansprekende titel: He Killed the Vagina Monster. Ik schat zo in dat er geen al te schokkende beelden in voorkomen en laat hem zijn gang gaan als hij het filmpje wil aanklikken. Het blijkt inderdaad mee te vallen want het enige dat we te zien krijgen is een monoloog van een man die er kennelijk in is geslaagd de mensheid te verlossen van het vaginamonster, wat dat dan ook moge wezen. Maar Sturdee blijkt niet zo makkelijk voor één gat te vangen, want niet veel later heeft hij wel mooi uitgevonden dat de zoekterm VAGINA op YouTube een hele reeks aan pornografisch getinte video’s oplevert. Ik twijfel of ik moet ingrijpen en zeg hem dat het me beter lijkt om een ander zoekwoord te kiezen, great white shark bijvoorbeeld. En in gedachte voeg ik er nog aan toe: een meer pedagogisch verantwoorde soort vis. Het haalt niet veel uit, want Sturdee is inmiddels volledig gebiologeerd door de kleine previews van wazige geslachtsorganen en klikt als een bezetene het ene na het andere potentieel vieze filmpje aan. De Xo kraakt en zucht onder de grote hoeveelheid MegaBytes die het arme ding opeens te verwerken krijgt en een moment later crasht de internetbrowser volledig. Sturdee kijkt me vragend aan en ik ben voor het eerst in mijn leven blij dat een computer er op eigen houtje een einde aan maakt.

Mmm, zou Sturdee toch een glimp hebben opgevangen van het vaginamonster?